Zeventig jaar geleden: Amsterdamse solidariteit met Indonesië-weigeraars

Max van den Berg

Zeventig jaar geleden, op zaterdag 21 september 1946 om 20.30 uur, werd de Amsterdamse arbeider Petrus Dobbelaar in de Haarlemmerstraat door een kogel getroffen. Hij werd zwaargewond door een ambulancewagen naar het Binnengasthuis gebracht. Daar overleed hij, kort na zijn opname. Het Parool wist als eerste te vermelden dat de man was doodgeschoten door een pistoolschot, afgevuurd door een lid van de militaire politie.

Wat was hier aan de hand? In Amsterdam was het plan van de regering om troepen naar Indonesië te sturen op grote weerstand gestuit. De Tweede Wereldoorlog met honger en Jodenvervolging lag nog vers in het geheugen. Een aanvraag voor een protestdemonstratie was afgewezen. Toch mengden demonstranten die zich van dat verbod niets aantrokken, zich onder het winkelende publiek in de Kalverstraat en de Nieuwendijk.

Luidkeels riepen zij leuzen en hielden zij borden omhoog: Geen oorlog met Indonesië. Geen soldaten voor oliemagnaten. Er werden duizenden pamfletten uitgedeeld, ook door militairen in uniform.

De politie ging er met de blanke sabel hard tegenin. Toen een agent een demonstrerende militair wilde arresteren, sloeg de vlam in de pan. Honderden mensen verhinderden de arrestatie. Daarop volgde inzet van de militaire politie. In de oplopende spanning viel het schot dat Dobbelaar het leven kostte. De stad was laaiend van woede.

Lees verder