Cultuurmarxisme, mix van halve waarheid, bedrog en schuldwijzerij

Zoals doorgaans het geval is met de ideeën van populistisch rechts is ook het zogenaamde “cultuurmarxisme” een uitvinding die ervoor bedoeld lijkt te zijn de schuld voor alle maatschappelijke problemen bij een helder omschreven doelgroep te leggen. Zo maak je later, als de mars door instituties met goed gevolg is afgelegd, gemakkelijker korte metten met ze. En, zoals ook wel vaker, zijn de bronnen van het gedachtegoed ook weer van duistere origine en in directe verbinding met de fascistische ideologie.

Hector Reban

In Nederland zijn bijvoorbeeld Thierry Baudet, Carel Brendel en Sid Lukkassen de wegbereiders van deze nieuwe loot aan de stam van het rechts-populisme, dat sinds de verkiezing van Donald Trump onmiskenbaar de weg naar de mainstream lijkt te hebben gevonden. Zelfs het statige Buitenhof gaf laatstgenoemde onlangs een podium zijn ideeën bij het partijkartel te introduceren.

Wat opvalt is dat cultuurmarxisme van “links” niet alleen een gevaar voor de economische orde zou vormen (het bezwaar van liberalen), maar ook uit zou zijn op de totale verwoesting van het etnisch-historische weefsel en de volksaard die daarop berust. Links wil niet zomaar politieke gelijkheid. Links dient als “globalistisch” spookbeeld achter de volledige uitwissing van de historisch-culturele nationale identiteit, totdat over de hele wereld slechts gelijksoortige amorfe brei van grijze atomen over zou blijven. Wie daar niet bang van wordt…

Beweerd wordt dan ook dat de Italiaanse marxist Antonio Gramsci, grondlegger van het begrip “culturele hegemonie” en daarmee bron van het kwaad, zich tegen “onze” joods-christelijke cultuur zou richten. In werkelijkheid spelen etniciteit en afkomst (mits niet klasse-gebonden) nauwelijks of hooguit indirect een rol in de ideeën die Gramsci formuleert en waarin hij “cultuur” als een manifestatie van sociaal-economische onderdrukking analyseert.

Lees verder

Boodschap Nederland uit 1941 voor Europa in 2015

Jaap Hamburger

Apart gezet worden, niet als persoon gezien worden, maar tegen wil en dank beschouwd worden als lid van een categorie of groep, of als aanhanger van een ‘verkeerde godsdienst’, dat is wat wij overal om ons heen zien gebeuren

Deze speech werd op 25 februari uitgesproken ter ere van de herdenking van de Februaristaking op 25 en 26 februari 1941, die begon in Amsterdam en zich uitbreidde naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Hilversum en Utrech. de staking vormde de eerste grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter in Nederland en was het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging in heel bezet Europa.

Dames en heren, niet omdat ik mijzelf zo belangrijk vind, maar om u een idee te geven van de snuiter die u vandaag toespreekt, zal ik iets over mijzelf zeggen, dat in het kader van deze herdenking van de Februaristaking ‘relevant’ is, in mijn ogen tenminste. Mijn naam is Jaap Hamburger, ik ben geboren in 1950, in Eindhoven uit een joodse vader en een joodse moeder die, hoe kan het anders, de 2e Wereldoorlog hebben overleefd. Dàt en hoe zij hebben overleefd, is een verhaal apart, zoals van allen die die barre jaren van mensenjacht hebben doorstaan.

Klik hier voor het hele artikel