Nog geen rouwkaarten ontvangen

Tamara Hagenbeek

Mijn ogen zien nog altijd geen kaarten op mijn deurmat of op die van mijn dagelijkse contacten in Nederland, Amerika, Dubai en Zwitserland van mensen die aan die dit dodelijke griepje zouden zijn overleden. Ook mis ik nog geen mensen in mijn omgeving, ouders van klasgenoten van mijn kinderen of oudere buren – waar de IC ondertussen vol mee zou moeten liggen. Normaliter als griep heerst, ken je altijd mensen in iedere laag van je kennissenkring die het ook hebben.
Het nieuws geeft ons het gevoel dat er wel iets heftigs aan de hand moet zijn. Net zoals de maatregelen van de overheid om overheidsgebouwen, verenigingen, winkels en restaurants te sluiten; 1,5 meter afstand te houden; plastic handschoenen; max aantal mensen in een winkel, dat gevoel benadrukken.
Wanneer is het tijd om ons af te vragen hoe lang we nog op onze kamer moeten blijven zitten en onder welke voorwaarden wij er af mogen? Onze vrijheden om te reizen en samen te scholen zijn tot 1 juni al van ons afgenomen. Zullen wij bijvoorbeeld eerst akkoord moeten gaan zijn met verplichte testen; vaccinaties; huisbezoeken; controles; slimme meters; telefoonchecks; avondklok; en Mega Cities met food centers?
De recessie is reeds begonnen. Wie gaat dit thuiszitten, onze huur en ons eten betalen? Wij, door langer te werken of zijn er nog meer eisen waaraan we moeten voldoen?
Weldra kunnen we – wellicht uitgehongerd – geen kant meer uit en zijn we uitgeleverd aan onze overheid om elk mooi reddingsplan waar zij mee komt te accepteren. Na afloop van dit propagandavirus en deze chaos moet iemand immers de order herstellen. De mensen kunnen nu enkel naar boven kijken. Verdeel en overheers.
Waarom geven mensen zo makkelijk hun vrijheden weg zonder er vragen bij te stellen of, wanneer en in welke hoedanigheid wij onze vrijheden weer terugkrijgen?

(ingezonden 28 maart 2020)