Steun voor Buttigieg in de VS (1) Over een huurlingenbedrijf en CIA-gleufhoeden

Met de voorverkiezingen voor het Amerikaanse presidentschap in liefst veertien staten is Super Tuesday (3 maart 2020) voor de Democratische Partij een grote dag, Het machtige establishment in de VS hoopt vurig op een overwinning van ex-vicepresident Joe Biden op de ‘socialistische’ Bernie Sanders.

Biden wordt gesteund door ‘Mayor Pete’ Buttigieg, een van de kandidaten die nu de handdoek in de ring hebben gegooid. Wie is deze Buttigieg? En welke duistere machten gaan er schuil achter deze ex-burgemeester van een provinciestadje in Indiana?

Ewout van der Hoog

Volgens de kritische nieuwssite The Grayzone is Buttigiegs campagnekas gevuld door enkele hem gunstig gezinde miljardairs. Inmiddels heeft zijn campagneteam ook een lijst gepubliceerd met 218 steunbetuigingen van specialisten ‘van de veiligheidsdiensten en van de buitenlandpolitiek’.

Buttigiegs campagneteam heeft verder aan de firma Patriot Group International (PGI) bijna 600.000 dollar betaald ‘voor beveiliging’. Dit Blackwaterachtige huurlingenbedrijf staat onder contract bij het Amerikaanse leger en levert ‘informatie, monitoring, verkennende luchtdetectie en ondersteunende bewaking (…) binnen en buiten de VS’.

Over zijn plannen heeft ex-kandidaat Buttigieg maar weinig details verstrekt. Dit geldt ook voor zijn plannen met het buitenlands beleid: zijn website wijdt slechts vijf volzinnen aan internationale thema’s, zonder enig inhoudelijk detail. Afgezien van zijn zeven maanden als marinereservist in Afghanistan in 2010, heeft de 37-jarige Buttigieg geen enkele directe ervaring met het buitenland.

Volgens nieuwssite The Grayzone heeft Buttigieg een langdurige verbintenis aangegaan met het Truman National Security Project. Deze denktank in Washington voor het buitenlands beleid bepleit een ‘gespierd liberalisme’.

Hij heeft verder een korte, merkwaardige reis naar Somaliland gemaakt met Nathaniel Myers, een studievriend van Harvard, die senior advisor is geworden van het Office of Transitional Initiatives van USAID. Tot zover Buttigiegs geloofsbrieven.

Juist Buttigiegs beginselloosheid maakt hem zeer aantrekkelijk voor militaire contractanten en financiële instellingen. Beide profiteren immers van de status quo. Buttigieg heeft zich effectief gepositioneerd als het Trojaanse paard voor de gevestigde orde, en als representant van de jongere generatie die de bestaande machtsstructuren op geen enkele concrete manier zal aantasten.

Huurlingenbedrijf

Tijdens zijn campagne heeft Buttigieg, van 4 juni tot 9 september 2019, in totaal 561.416,82 dollar ‘voor veiligheid’ betaald aan het bedrijf Patriot Group International (PGI). Zijn betaling op 29 augustus 2019 van 179.617,04 dollar aan PGI is zelfs de grootste uitgave voor veiligheid ooit door een presidentskandidaat gedaan. Deze exorbitante geldsom, maar vooral de status van deze Blackwaterachtige huurlingenfirma roept de nodige vragen op.

PGI presenteert zich namelijk als ‘ondersteuner van wereldwijde opdrachten met expeditiemogelijkheden, en dienstverlener aan cliënten binnen de geheime diensten, Defensie en de privésector’. Op zijn website biedt dit bedrijf onder meer terrorismebestrijding, massavernietigingswapens en dronebewaking aan.

PGI heeft momenteel een contract met Defensie lopen van 26,5 miljoen dollar. De firma levert ‘informatie, monitoring, verkennende luchtdetectie en ondersteunende bewaking (…) binnen en buiten de VS’. Dat is toch wel andere koek dan de persoonsbeveiliging van een onbekende ex-burgemeester van een provinciestadje.

Vóór zijn contract met Buttigieg verwierf de PGI op het politieke vlak bekendheid door de presidentiële campagne van Newt Gingrich in 2012. In een artikel van Inc. Magazine in 2016 verklaarde PGI-oprichter Greg Craddock, dat zijn bedrijf echter gestopt zou zijn met politici beveiligen na een incident in 2012. Een PGI-beveiliger van Gingrich had toen een overijverige Ron Paul-aanhanger aangevallen. Waarom deze huurlingenfirma er dan toch voor kiest om weer in zee te gaan met een politicus, is een raadsel.

Maar Buttigieg wilde de zakken vullen van een militaire contractant. Dit kan verklaren waarom veel functionarissen van de geheime diensten hem nu willen steunen.

CIA-gleufhoeden

Op Buttigiegs lange ondersteuningslijst prijken de namen van veel ex-inlichtingenmedewerkers, hardliners als het gaat om het VS-beleid. Onder hen David S. Cohen, ex-staflid van Financiën onder George W. Bush en adjunct-directeur van de CIA van 2015 tot 2017.

Cohen was tijdens zijn periode bij Financiën betrokken bij het opstellen van de Patriot Act, die de burgerlijke vrijheden beperkt en in reactie op 9/11 de controlemacht van de regering enorm heeft vergroot.

Cohen geldt ook als de belangrijkste architect van de verlammende sancties die de regering-Obama indertijd heeft opgelegd aan Iran, Rusland en Noord-Korea — wat hem de bijnaam ‘sanctiegoeroe’ heeft opgeleverd.

Na zijn vertrek uit de regeringsploeg heeft Cohen in denktanks gepleit voor een voortzetting van de sancties tegen de genoemde landen, en ook tegen Venezuela. De impact van de onder Cohens toezicht opgelegde sancties is die van een ‘collectieve straf’, met als gevolg economische crises, voedsel- en medicijntekorten en tienduizenden sterfgevallen die men had kunnen vermijden.

Cohen maakt niet openbaar waarom hij Buttigieg steunt.

Buttigieg wordt verder ondersteund door:

1. Charlie Gilbert, die als adjunct-directeur van de National Clandestine Service tot de top-tien leiders van de CIA behoorde. Zijn taak was het ‘bedenken, plannen en uitvoeren van complexe inlichtingenoperaties’ tegen ‘vijandige doelen [landen]’.

2. John Bair, ex-stafchef van de CIA-taskforce voor het Midden-Oosten.

3. Dennis Bowden, een 26-jarige CIA-veteraan die gediend heeft in niet-gespecificeerde ‘leidinggevende functies’.

4. Sue Terry, die als CIA-analiste van 2001 tot 2008 een ‘record aantal bijdragen heeft geleverd aan de dagelijkse briefing van de president’.

5. Martijn Rasser, een hoge ex-inlichtingenofficier.

6. Andrea Kendall-Taylor, de hoge ex-analiste die ook officier was bij de National Intelligence Council.

7. Ned Price, een analist die carrière maakte binnen de CIA. Hij nam echter in februari 2017 in het openbaar ontslag, uit protest tegen ‘hoe [Trump] de inlichtingengemeenschap heeft behandeld’. Price ondersteunde indertijd Clinton en noemt zijn ontslagname ‘niet-partijpolitiek’.

8. Jeffrey Edmunds, lid van de NSC (Nationale Veiligheidsraad) onder de presidenten Obama en Trump.

9. Chris Barton, assistant general counsel van de CIA tijdens de regering-Clinton.

10. Anthony Lake, die in 1996 door Clinton tot CIA-directeur werd benoemd (maar geen succes was).

Op de steunlijst staan ook ex-leden van de inlichtingengemeenschap búiten de CIA:

11. Robert Stasio, ooit chef operaties van het NSA Cyber Center.

12. William Wechsler, ooit adjunct Speciale Operaties bij Defensie.

13. Robin Walker, ooit adjunct Directie Nationale Inlichtingendienst. Hij werkt momenteel voor wapenfabrikant Lockheed Martin.

Kortom: wel heel veel CIA-steun voor de relatief onbekende ‘Mayor Pete’ van het provinciestadje in Indiana. Maar ook: het topje van de ijsberg.

In het tweede deel van dit tweeluik behandelen wij Buttigiegs ondersteuning door de organisatoren van regime changes en van het schulden-kolonialisme.