Hoe Macron zijn autoritaire staat versterkt– in 10 punten

Volgens recent onderzoek maken twee op elke drie Franse burgers zich ‘ongerust’ over hun president Macron. De Fransman Michel Geoffroy noemt hieronder minstens tien goede redenen waarom zij zich inderdaad zorgen moeten maken over de autoritaire ontwikkelingen binnen hun overheid.Geoffroy publiceerde dit essay op 11 februari 2019 op de (rechts-identitaire) website van het Franse Polémia. Hij is de auteur van het boek La Super-classe mondiale contre les peuples – Wereldelite tegen de volkeren. Frankrijk bevindt zich net als ons land in een situatie waarin de kritiek op de bestaan de orde van beide flanken, links en rechts, afkomstig is; net als de beweging van de Gele Vestjes zelf, is de politieke signatuur niet altijd duidelijk. Wij beschouwen dit echter als een belangrijk document dat het verdient om bestudeerd te worden (red.)

1. Wet op nepnieuws

Macron heeft een wet laten aannemen tegen nepnieuws. Hiervan is het doel officieel dat één enkele rechter tijdens een verkiezingsperiode snel informatie kan beoordelen die als fake is te beschouwen. Maar dit begrip fake informatie blijft zeer vaag, en dit opent de weg naar een gerechtelijke censuur van die informatie die de macht in de wielen rijdt wanneer deze zich aan de kiezers presenteert. De wet op het nepnieuws is eigenlijk gericht op alternatieve media die informatie verspreiden die ingaat tegen informatie van de reguliere media, waarvan de geloofwaardigheid in de publieke opinie steeds verder afneemt vanwege hun duidelijke vooringenomenheid. En anders dan men vaak hoort beweren, zal deze wet ook worden toegepast. Waarom zou de president de wet anders met zoveel volharding hebben doorgezet?

2. Digitale bewaking door gedachtenpolitie

De regering heeft een overeenkomst gesloten met Facebook op grond waarvan Franse ‘regelgevers’ de medewerkers van dit platform gaan helpen bij het terugdringen van inhoud die ‘racistisch, antisemitisch, homofoob of seksistisch’ zou zijn. Wij mogen eraan herinneren dat Facebook geen kritiek toestaat ‘op het immigratiebeleid en de argumenten om deze te beperken.’ Het gaat hier dus om het censureren van diegenen die kritiek hebben op het dolgedraaide immigratiebeleid van de Europese Unie. De Franse regering steunt ook de goedkeuring van de Europese verordening die bekendstaat als de ‘censuur op terrorisme’, geschreven in samenwerking met Google en Facebook. Deze verordening bedoelt alle hosts te onderwerpen aan zeer strenge verplichtingen, waaronder het binnen één uur laten verwijderen van inhoud op vordering van … een landelijke autoriteit. Van de regering dus. Zij heeft bovendien het Marrakech-pact inzake migratie ondertekend, dat mede voorziet in de repressie van die media die het immigratiebeleid bekritiseren.

3. Mediaregulator mag meer censureren

Volgens de nepnieuws-wet krijgt de mediaregulator CSA meer controlebevoegdheden, die eerder ook al waren uitgebreid. Zij wordt ook belast met de herziene wet uit 1986 op de audiovisuele sector. De nieuwe voorzitter van de CSA, benoemd door Macron, heeft zijn ambitie om zijn ‘regulerende macht’ – en dus ook zijn ‘censuur’ – uit te breiden tot sociale netwerken niet onder stoelen of banken gestoken. De inperking van de resterende vrije ruimte is nu dus gaande [en marche; zo heet ook Macrons partij – red.].

4. Mainstream media in handen

De mainstream media hebben Macrons verkiezing mogelijk gemaakt, maar dit lijkt voor hem niet langer voldoende te zijn. Zo luidt het verwijt van Macron, dat ze te veel belang te hechten aan de gele hesjes en de zaak-Benalla. In zijn in het weekblad Le Point gepubliceerde voorstellen stelt Macron: ‘Het algemeen belang is informatie. Misschien moet de regering die informatie dus ook financieren. Het algemeen belang is niet die cameraman van France 3, maar de informatie op BFM, LCI, TF1 en elders. We moeten ervoor zorgen dat die neutraal is en de structuren financieren die die neutraliteit waarborgen.’ Hiermee bepleit hij een soort nationalisatie van de media, om daarmee te waarborgen dat zij informatie verspreiden die in overeenstemming is met de wensen van de overheid. Met andere woorden: Macron wil de ORTF terug, in zijn eigen voordeel.

5. Straffeloos geweld

De zaak-Benalla is sinds juli 2018 voortdurend in het nieuws, ondanks diverse pogingen om de zaak in de doofpot te stoppen. Hierbij is het gewelddadige gedrag van sommige medewerkers van de president aan het licht gebracht, maar vooral ook de merkwaardige bescherming die zij gekregen lijken te hebben op het hoogste niveau van de staat en binnen de overheid. Deze zaak is zorgwekkend omdat zij het bestaan van een echte Franse ‘diepe staat’ aantoont, die parallel aan de overheid met volledige straffeloosheid opereert. Maar in dienst van wie?

6. Gele hesjes met geweld onderdrukt

De sociale volksbeweging van de gele hesjes, die ontstaan is in november 2018, werd in Frankrijk blootgesteld aan vormen van politiële en justitiële repressie die men sinds de Algerijnse oorlog niet meer gezien had. De minister van Binnenlandse Zaken heeft zich door het eisen van ‘strenge strafrechtelijke reacties’ gedragen alsof hij de rechterlijke macht instructies kon geven in strijd met de scheiding der machten. Dit is vastgesteld door advocaten die bezorgd zijn over de vele onregelmatigheden in procedures tegen de gele hesjes. Zo’n strenge behandeling is gewoonlijk voorbehouden aan het ‘tuig’ in de voorsteden, extreemlinkse stenengooiers of recidivisten. Dit is toch louter om de Franse provincie te intimideren?

7. Beperking van demonstratierecht

Bij de beweging van de gele hesjes proberen de politie en de gendarmerie, anders dan vroeger gebruikelijk was, demonstraties te blokkeren in plaats van hun veiligheid te waarborgen: met name door het gebruik van traangas, waterkanonnen, het ‘omsingelen’ van demonstranten en preventieve arrestaties. Tijdens de presidentiële reizen in het kader van het ‘verkiezingsdebat’ hebben politiediensten de dragers van gele hesjes op illegale wijze met boetes bedreigd.

De regering heeft onlangs ook een nieuwe wet aangenomen die ‘anti-stenengooierswet’ heet, die de vrijheid beperkt en met name bepaalt dat de prefect – een door de regering benoemde ambtenaar – bepaalde personen mag verbieden te demonstreren en een politieke administratie van de demonstranten mag opbouwen. Wil men de mensen ontmoedigen om tegen Macron te demonstreren?

8. Officiële demonisering van tegenstanders

De demonisering van tegenstanders van het systeem was tot nu toe voornamelijk in handen van de propagandamedia. Macron en zijn ministers aarzelen niet langer om ook zelf te demoniseren. Steeds vaker beweren ze dat de tegenstanders van het door hem gevoerde liberale/libertaire en pro-Europese beleid nepnieuws verspreiden, samenzweerders zijn of gemanipuleerd worden vanuit het buitenland. Ook heeft Macron duidelijk gesteld dat de Brexit een ‘van buitenaf gemanipuleerd referendum’ is geweest. Hij maakt over de gele hesjes soortgelijke opmerkingen. Door het politiegeweld zijn veel gele-hesjesdragers gewond geraakt, maar Macron en zijn ministers hebben geen enkel medeleven getoond. Integendeel, ze zien hen slechts als ‘weerzinwekkende massa’, een bruine pest of groepen die de republiek omver willen werpen. In de Nationale Vergadering zijn incidenten tegen de parlementaire oppositie tegenwoordig aan de orde van de dag. Elke kritiek op Macron en zijn beleid wordt niet als een mening beschouwd, maar als een vergrijp of dwaas complot; dit weerspiegelt de bedenkelijke weigering om deel te nemen aan het democratisch debat.

9. Referendum tijdens Europese verkiezingen

Het ‘grote nationale debat’ gaf al een armzalig beeld van hoe de president de Fransen denkt te raadplegen: een lange monoloog, voorgekookte vragen en een publiek dat de gevestigde macht niet ontrieft. Maar mocht het plan om na het grote nationale debat een referendum te houden op dezelfde dag als de Europese verkiezingen inderdaad doorgaan, dan ontneemt men de Franse bevolking hiermee een debat over de Europese Unie, juist nu deze in Europa steeds meer ter discussie staat. Officieel wil men met dit referendumproject de gele-hesjescrisis bëeindigen. Maar wil men ook, koste wat het kost, vraagtekens voorkomen bij de globalistische en Atlantische koers van het Brusselse Europa, opgelegd door de Davos-cratie en gesteund door Macron?

10. Zichtbare minachting voor bevolking

Ondanks het advies van zijn voorlichters laat Macron niet na kritiek te leveren op de Fransen, vooral in de provincie, en daarmee arrogante minachting voor die klasse uit te drukken. Volgens opiniepeilingen denken minstens twee op de drie Fransen negatief over de president en zijn beleid. Anders echter dan het tuig in de voorsteden, dat ‘met al zijn stommiteiten, kinderen toch van de Republiek, niet heeft kunnen kiezen waar het geboren is en niet de kans heeft gehad om ze niet te begaan’, vinden de Fransen nooit genade in zijn ogen. Achter zijn klasseverachting schuilt de – nog zorgelijker – verachting van de democratie en van de volkssoevereiniteit. Steeds meer aanhangers van Macron proberen dit principe te relativeren. Bernard-Henry Lévy stelt bijvoorbeeld: ‘Laten we stoppen met de mensen heilig te verklaren. In Europa mag het volk niet als enige soeverein zijn!’. En Macron zelf verklaart: ‘Niet alle woorden zijn waardevol.’ En: ‘Ik zal altijd luisteren, uitleggen en respecteren. Maar aan het eind zal ik het altijd doen.’ Macron is duidelijk niet van plan zijn beleid te wijzigen, hoezeer de bevolking dit ook afwijst, en hij maakt daar geen geheim van. De Franse burgers hebben dus alle reden om bezorgd te zijn.

(vertaling Ewout van der Hoog)