Wie waren de Februaristakers?

Rien Floris (uit Noordhollands Dagblad)

Wie waren de mannen en vrouwen die in 1941 opstonden tegen de Duitse bezetter? Na razzia’s in Amsterdam kwamen duizenden arbeiders in Amsterdam, de Zaanstreek, Velsen en Hilversum in verzet als protest tegen de Jodenvervolgingen. Het Comité Herdenking Februaristaking 1941 zoekt de nog niet vertelde verhalen.

Wie waren de Februaristakers?De Februaristaking in 1941 wordt aangezwengeld door de CPN en is de eerste grootschalige verzetsactie tegen de Duitse bezetter in Nederland. Zelfs de enige grootschalige opstand in z’n soort tegen de bezetter in heel Europa.

Aanleiding zijn de razzia’s in Amsterdam waarbij honderden Joodse mannen worden opgepakt.

Aan die razzia’s gaat een periode van pesterijen vooraf van NSB’ers die huishouden in de Amsterdamse Jodenbuurt. Joodse en communistische knokploegen raken slaags met de nazi’s. Onder meer op het Rembrandtplein waar kroegbazen geen bordjes verboden voor Joden willen ophangen.

Na een treffen in ijssalon Koco tussen Duitsers en knokploegen, besluit de bezetter op 22 en 23 februari 1941 razzia’s te houden onder de Joodse bevolking onder meer op het Jonas Daniël Meijerpein. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter worden 427 Joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar opgepakt. Ze worden afgevoerd naar kamp Schoorl en later naar concentratiekamp Mauthausen.

De communisten die al eerder plannen hadden voor een staking drukken ’s nachts een manifest en roepen op 25 februari op om te protesteren ’tegen de afschuwelijke Jodenvervolgingen’ met de kreet ‘STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!’’

Van bierbrouwer tot havenarbeider geven gehoor aan de oproep. Trambestuurders en conducteurs ook. Dat valt extra op omdat er plots geen vervoer meer is. Caissières en ook ambtenaren leggen het werk neer. Scheepswerven, scholen, banken. Alles doet mee. Zelfs bij de politie zijn enkele stakers. De staking slaat over naar Velsen, Zaanstreek, Haarlem en Hilversum.

De Duitsers breken de staking met geweld. Daarbij vallen negen doden en 24 zwaargewonden als in Amsterdam op groepen mensen wordt geschoten. In het Lloyd Hotel (dan huis van bewaring) worden tweehonderd stakers gevangen gezet. De jacht op de communisten die de staking hadden afgekondigd, wordt geopend. Burgemeesters van Haarlem, Zaandam en Amsterdam worden vervangen. Steden moeten boetes betalen aan de Duitsers. Op 13 maart 1941 worden drie Februaristakers en vijftien leden van verzetsgroep De Geuzen terechtgesteld. Het zijn de eerste doodvonnissen die worden uitgevoerd. Jan Campert schrijft er het gedicht ’Het lied der achttien doden’ over.

Verzet

Het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog is nog altijd een bron van inspiratie. Het jaar 2018 is uitgeroepen tot het ’Jaar van Verzet’. De ervaringen en de verhalen van verzetsstrijders kunnen ons volgens Ronnie Kroes van het Comité Herdenking Februaristaking 1941 leren omgaan met de vraagstukken van nu. Daarom is ze op zoek naar verhalen van stakers: Wie waren de stakers? Wat was hun persoonlijke verhaal? Welke beroepen hadden zij? Wat waren hun drijfveren? Welke bedrijven en organisaties die tot staking overgingen bestaan nog? Welke ‘moderne collega’s’ herdenken op 25 februari 2018 hun oud-collega’s? Verhalen kunnen naar info@februaristaking.nl

De in Amsterdam opgelaaide Februaristaking sloeg op 26 februari over naar de Zaanstreek. Slagersknecht Jan Keijzer kwam bij het neerslaan om het leven. Hij was ’omstander’ en werd geraakt door een Duitse kogel.

Erik Schaap ontrafelde het Zaanse drama. Jan Keijzer was geboren in Middelie (26-7-1920). Kort voor de bezetting kwam hij als slagersknecht in de leer bij de Zaandamse slager Jan Honingh. Keijzer nam zijn intrek bij het echtpaar Honingh en hun kinderen, vastbesloten om het slagersvak onder de knie te krijgen.

’Op die woensdag in 1941 was de slagerij gesloten, maar Jan werkte wel. Het stakingsgedruis op straat was veel interessanter, en zonder iets te zeggen, ging de jonge knecht de deur uit. Toen de vrouw van de slager Jan riep om koffie te komen drinken, was hij verdwenen. Samen met collega-slager Kluft sloeg hij de demonstrerende mensen gade vanuit het winkelportiek. Een vrachtauto met Duitsers kwam aanrijden. Een van de inzittenden richtte zijn geweer en schoot.

Slager Kluft bukte op tijd, maar Jan merkte de naderende kogel niet op. Het schot raakte hem in zijn hals en hij bloedde hevig. Het lukte niet om het bloeden te stoppen. Jan bleek te zijn geraakt in zijn halsslagader en overleed ter plekke.

De kogel die Jan doorboorde, ging dwars door de wand van de koeling en kwam terecht in een kalfsbil. De politie peuterde de kogel uit het stuk vlees. Later kwam de kogel terecht bij slager Honingh.

De verslagenheid om het verlies van Jan was groot. In huize Honingh was iedereen hevig ontdaan. Jans moeder had zoveel verdriet van het overlijden van haar zoon, dat ze in oktober van hetzelfde jaar al stierf. Jan werd in zeer kleine kring begraven in het witte slagersjasje dat hij droeg op de dag des onheils.

Jan Pastoor was een van de gangmakers van de Februaristaking in Hilversum. Daar lag de nadruk van de stakers op de Philipsbedrijven; de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek. Zo’n vierduizend mensen legden het werk neer. Confectieateliers en meer fabrieken volgden.

Pastoor was op 26 februari een van de leden van de kopploeg van de demonstratie op De Groest die uitgroeide tot, naar men zegt, tienduizend mensen. Bij het raadhuis stuitten ze op SS’ers die in linie gingen liggen. Er werd geen schot gelost, de demonstratie loste vanzelf op.

Concentratiekamp

Na de staking bleef Pastoor actief in het verzet. In 1943 werd hij gepakt en gevangengezet in concentratiekamp Vught. Hij schrijft brieven naar huis die nog bewaard zijn gebleven. Iedere maand gaat er een brief naar Hilversum met vaak dezelfde strekking.

Een fragment:

Ik ben goed gezond en vol goede moed voor de toekomst. Houd jullie je ook maar goed, alles komt in orde. Stuur het volgende zo gauw mogelijk met postpakket op: Brood, suiker, jam, shag, vraag dan maar aan vader, handdoeken, sokken, zeep, scheergereedschap, ondergoed, geen brieven erin. Je mag iedere week een pakket sturen, misschien nog wel vaker. Doe je best, we komen hier van alles te kort.

Hij maakt ook grapjes en schrijft dat hij niet terugkomt als de rapportcijfers van de kinderen niet goed zijn.

In mei 1944 werd Jan Pastoor overgebracht naar Dachau. Op 29 april 1945 werd het kamp door eenheden van het zevende Amerikaanse leger bevrijd. Jan was op het randje van de dood.

Eind mei was hij voldoende opgeknapt om terug te gaan naar Hilversum. De ontberingen bleven hem echter parten spelen. In oktober 1947 overleed hij.

In Velsen werd gestaakt door zo’n 2.200 arbeiders bij de hoogovens en zo’n 1.000 bij de papierfabriek Van Gelder. Ook in Haarlem staakten arbeiders bij zeker vijf bedrijven.

Hoogovenarbeider, communist en verzetsman Jan Brasser is een van de bekende gezichten van de Februaristaking in de IJmond. In het verzet kreeg hij de bijnaam Witte Ko. Samen met de bekende IJmuider verzetstrijder Jan Bonekamp bouwde hij rond het illegale blad ‘De Waarheid’, een vaste kring lezers op in het hoogovenbedrijf. Daarmee werd de kiem voor verzet én de Februaristaking gelegd. Van Leer’s Walsbedrijf op het Hoogovens-terrein was het eerste bedrijf waar het werk werd neergelegd.

De CPN riep de staking uit. In Haarlem was een rol weggelegd voor Jan Groot, een Haarlemse glazenwasser – al in 1935 lid geworden van ’de partij’. Hij kreeg op de vooravond van de Februaristaking van zijn partij de instructie, om de volgende dag de stakingsoproep in Haarlem te verspreiden.

Om te verhinderen dat ze die nacht thuis van hun bed konden worden gelicht, bracht Jan samen met nog vier kameraden de nacht door in Hillegom. De volgende morgen vertrokken ze op de fiets, gewapend met pamfletten, langs de bedrijven aan het Spaarne en de Waardepolder.

In Haarlem ging de stakingsoproep als een lopend vuurtje van bedrijf naar bedrijf. De arbeiders van Conrad en Stork Hijsch legden het werk als eerste neer op 25 februari. De volgende ochtend volgden machinefabriek Figee, de Haarlemse Scheepsbouwmaatschappij, de Haarlemse Overhemden Industrie Kerko en de fabriek van Beynes. Bij de tram was ook een korte staking.

In de loop van de laatste stakingsdag stuurden de Duitsers een compagnie naar Haarlem om een eind te maken aan de staking. Er werd een avondklok ingesteld.