Als de macht zijn oor te luisteren legt… (5) Wie betaalt dat eigenlijk?

21 maart a.s. zal de Nederlandse kiezer gevraagd worden zich in een raadgevend referendum uit te spreken over de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), oftewel Sleepnetwet. Het Comité van Waakzaamheid bestrijdt dat deze wet, die onbeperkt afluisteren mogelijk maakt, nodig is voor de strijd tegen terrorisme en andere bedreigingen. In een serie korte beschouwingen zal betoogd worden dat de werkelijke drijfveren heel andere zijn. Wie een weloverwogen NEE-stem in het referendum wil uitbrengen moet deze drijfveren kennen!

De middelen om ons allemaal af te luisteren, waarin de Wiv van minister Plasterk (foto) voorziet, koppelen uw telefoon en laptop aan het Amerikaans-Britseinlichtingennetwerk de ‘Five Eyes’. In de Koude Oorlog werd de basis gelegd voor een informatierevolutie die de aftapmogelijkheden drastisch uitbreidde; iets dat vanaf 1971 ook nog eens goedkoop kon worden gefinancierd met de papieren dollar.

Eind 1957 lanceerde de Sovjet-Unie de eerste ruimtesatelliet, de Spoetnik. Dat werd het startschot voor het onderzoek dat tot de IT-revolutie zou leiden. Binnen een maand na het Russische succes stelde de Amerikaanse minister van defensie voor om een centraal onderzoeksinstituut op te richten, het Advanced Research Projects Agency (ARPA). Nu de oorlog in de wereld als gevolg van een reeks Brits-Amerikaanse en NAVO-interventies om zich heen grijpt, is deze geschiedenis opnieuw actueel, net als de financiering van de nieuwe IT-industrie.

ARPA legde zich toe op antiraket-verdediging en op geo-locatie (GPS); ruimtevaart ging naar de nieuwe NASA. Tevens legde ARPA in de jaren 60 de basis voor digitale communicatietechnologie (ARPANET), waar het internet op gebaseerd is. In 1972 werd ARPA met de D (van Defence) omgedoopt tot DARPA en het agentschap begon nu ook de afdelingen computerwetenschap aan Amerikaanse universiteiten te financieren. Die zouden de IT-revolutie in gang zetten en uiteindelijk massaal afluisteren mogelijk maken. ‘Silicon Valley’ was in die zin het resultaat van de samenwerking van de Amerikaanse overheid en het bedrijfsleven in de Koude Oorlog.

Papieren dollar

Dat de VS de leiding konden nemen op dit nieuwe terrein had alles te maken het besluit in 1971 om de gouddekking van de dollar los te laten. Door onder meer de Vietnam-oorlog konden de VS niet langer aan hun betalingsverplichtingen voldoen en nadat in 1973 was overeengekomen om een systeem van flexibele wisselkoersen in te voeren, kregen we met een papieren dollar te maken. Het streven om de betalingsbalans en de begroting weer sluitend te maken werd vervolgens verruild voor het idee om de tekorten te financieren met leningen. In de jaren 80 werd de VS met z’n lage lonen, lage belastingen en grote markt de magneet waarmee overschotten aan geld en goederen uit de hele wereldeconomie werden aangetrokken. Dat daarbij de tekorten alleen maar groter worden (zo staat de staatsschuld van de VS nu op zo’n twintig biljoen (Engels, ‘trillion’) dollar, wordt voor lief genomen. Als de rijken in binnen- en buitenland maar vertrouwen houden in de Amerikaanse economie en politiek.

De IT-revolutie werd eveneens gefinancierd met geleend geld, hoofdzakelijk via de defensiebegroting. Immers, de politieke cultuur van de VS met haar lofzang op de vrije markt en concurrentie, maakt federale steun voor de industrie taboe. Via het Pentagon en de defensiegelden kan die steun, in naam van de nationale veiligheid, wèl verleend worden.

Er is dus nooit sprake geweest van een civiele informatierevolutie die later door militairen en de inlichtingendiensten is ingepalmd; de IT-revolutie was van het begin af aan onderdeel van de opbouw van de Amerikaanse defensie en het inlichtingenapparaat. Zo ontstond de coalitie tussen het militair-industrieel complex, de grote IT-bedrijven, academische onderzoeksinstellingen en Wall Street.

Nu het internet echter een universeel communicatiemiddel is geworden, gaat het ook een potentiële bedreiging vormen voor de bestaande orde. Het stelt mensen immers in staat hun eigen informatievoorziening te regelen en de rol van redacties die de ‘officiële lijn’ ondersteunen, te omzeilen. Vandaar de noodzaak om alles wat op het internet circuleert, te controleren en onwelgevallige informatie verdacht te maken als ‘nepnieuws’. Dus krijgen we behalve de Wiv een campagne om het internet te censureren. Ook daartegen moet verzet worden aangetekend.

De artikelen in deze reeks zijn een bewerking van een langer document getiteld Surveillance Capitalism and Crisis’ waarin ook verwijzingen naar het bronnenmateriaal zijn opgenomen.