Als de macht zijn oor te luisteren legt… (3) De Atlantische aftapstructuur

21 maart a.s. zal de Nederlandse kiezer gevraagd worden zich in een raadgevend referendum uit te spreken over de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), oftewel Sleepnetwet. Het Comité van Waakzaamheid bestrijdt dat deze wet, die onbeperkt afluisteren mogelijk maakt, nodig is voor de strijd tegen het terrorisme en andere bedreigingen. In een serie korte beschouwingen zal betoogd worden dat de werkelijke drijfveren heel andere zijn. Wie een weloverwogen NEE-stem in het referendum wil uitbrengen moet deze drijfveren kennen!

De infrastructuur voor afluisteren en bespioneren zoals we die vandaag de dag kennen en die met de Wiv van PvdA-minister Plasterk (foto) officieel ook voor Nederland zal gelden, dateert van de Tweede Wereldoorlog. Die oorlog was niet alleen een strijd tegen  De Atlantische aftapstructuurhet nazisme en fascisme, maar ook een meer verborgen oorlog tegen links. Toen werd ook de Brits-Amerikaanse structuur opgezet om in de oorlog opgevangen signaal-inlichtingen (‘SIGINT’, gedecodeerd militair radioverkeer) uit te wisselen. Daaraan moeten wij nu ook bij wet gekoppeld worden.

Dit werd geformaliseerd met de UKUSA-overeenkomst van 1947-48 (eigenlijk een reeks overeenkomsten, briefwisselinmgen en memoranda). Groot-Brittannië bracht in deze overeenkomst ook zijn inlichtingenband met de Dominions (Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) in. De vandaag de dag bestaande samenwerking tussen de NSA, GCHQ en vergelijkbare organisaties van de drie andere landen, de ‘Five Eyes’, vormt het hart van het westerse inlichtingennetwerk.

In de Koude Oorlog werd de inlichtingensamenwerking van de Five Eyes uitgebreid naar een aantal niet-UKUSA-landen, de zgn. ‘Derde Partij’: NAVO-landen zoals West-Duitsland, Denemarken en Noorwegen en natuurlijk Nederland. Buiten de NAVO kwam het tot samenwerking met landen als Israël, Japan  en nog vele andere bondgenoten.

In de jaren 70 kwam aan het licht dat de Five Eyes het ECHELON-systeem in gebruik hadden om buitenlandse communicatie te onderscheppen. Britse onderzoekers kwamen hier achter en stelden vast dat de afgeluisterde berichten overgedragen werden aan de NSA. Ze werden prompt gearresteerd,  maar hun proces leidde tot nieuwe aandacht en onderzoek. Zo kwam naar buiten dat het NSA-afluisterprogramma het merendeel van de satelliettelefoongesprekken in de wereld oppikte, internet, e-mail, fax en telex. Daar werd dan uitgezeefd wat van waarde was, onder meer door kunstmatige intelligentie te gebruiken zoals Memex en daarmee sleutelwoorden op te sporen.

De informatie die zo werd verzameld werd niet alleen opgeslagen maar ook gebruikt voor regelrechte repressie. In de VS werd een plan voor noodsituaties, Garden Plot, opgesteld om twee legerbrigades paraat te houden voor onlusten die zouden kunnen uitbreken na de moordaanslagen op Martin Luther King en Robert Kennedy in 1968.

Naar aanleiding van het openbaar worden van de afluisterpraktijken werd middels de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA) van 1978 een eind gemaakt aan het bespioneren van de eigen burgers, maar door uitzonderingsbepalingen werkte hij juist als een legitimatie om ermee door te gaan. Ook zou ECHELON later gedetailleerde informatie verzamelen over de aanslagen van 9/11, ruim van tevoren. Maar met die informatie werd niets gedaan om ze te voorkomen. Dat wat betreft ‘de strijd tegen het terrorisme’.

De NSA heeft een nauwe band met Nederland, volgens Edward Snowden,  omdat wij onbeperkt toegang geven. De AIVD is er voor de NSA, zogezegd; niet om de burgers te beschermen tegen buitenlandse inmenging. Door de vervlechting met de ‘Five Eyes’ wil dat ook zeggen dat de Nederlandse burger wordt uitgeleverd aan de andere vier, alsmede aan Israël, waarmee de ‘Five Eyes’ een band aangaan die er bijna de ‘Six Eyes’ van maakt. En daaraan wil de Nederlandse regering met de Wiv ons dan ook officieel koppelen.

De artikelen in deze reeks zijn een bewerking van een langer document getiteld Surveillance Capitalism and Crisis’ waarin ook verwijzingen naar het bronnenmateriaal zijn opgenomen.