Sleepnetwet als opstap naar een postmoderne politiestaat

Kees van der Pijl

De Sleepnetwet werd in juli jongstleden, in de nacht voor het reces, bij open stemming aangenomen in de Eerste Kamer. Dankzij de oplettendheid van verschillende groepen is een campagne gestart om een raadgevend referendum af te dwingen.

Nu de eerste 10.000 handtekeningen binnen zijn gaat het om de 300.000 die er op 12 oktober moeten zijn om het referendum ook echt te houden. Dat zal niet vanzelf gaan, want de mensen zijn sceptisch over referenda, na twee maal te zijn bedrogen. Daarnaast is men òfwel niet op de de hoogte van waar het over gaat, òfwel onverschillig, onder het motto, ‘we worden toch wel afgeluisterd.’ Maar als eenmaal een sterke staat en een permanente noodtoestand zijn gevestigd, zullen ze niet meer worden afgeschaft. We hebben dus een éénmalige kans om deze overval op de democratie ongedaan te maken.

De Sleepnetwet is onderdeel van een internationale ‘veiligheidsstructuur’ die vanuit de Verenigde Staten aan de EU is opgelegd. Toen PvdA-minister Plasterk indertijd werd betrapt op het voorliegen van de kamer inzake het doorgeven van de afluistergegevens aan de Amerikaanse inlichtingendienst NSA, werd al duidelijk dat het surveilleren van de bevolking niet een op zichzelf staande Nederlandse politiek is. Het past in een vanuit de VS geregisseerde uitbreiding van een Atlantische politiestaat.

In 1991 kwam aan het licht dat de Amerikaanse FBI al jaren aandrong op een Europese afluisterstructuur die in de nationale wetgevingen moest worden opgenomen onder de noemer van terrorismebestrijding. In 1998 rapporteerde het Europese Parlement dat dit afluisteren ten behoeve van de Amerikaanse inlichtingendiensten (het ‘Echelon’-programma) al veel te ver was gegaan. Maar na de aanslagen in New York van 9/11 verstomde deze kritiek en het EP heeft bovendien niets te vertellen.

De Atlantische ‘veiligheidsstructuur’ is sindsdien voortdurend uitgebreid en het is aan nationale regeringen in Europa om dit permanent te maken. In een artikel in Monthly Review van januari 2017 spreekt de Belgische socioloog Jean-Claude Paye in dit verband van ‘de politiestaat als postmoderne vorm van de nationale staat’, kortweg: de postmoderne politiestaat.

Al tijdens de Koude Oorlog bediende de NAVO zich van een ondergrondse terreurorganisatie om politiek te interveniëren; het bestaan daarvan kwam in 1991 in Italië aan het licht als ‘Gladio’. Ook in Nederland was er een tak van dit leger (hoofd was de latere PvdA-minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel). In Italië, België, Griekenland en Turkije weet men dat ook toen al ‘crisis-management’ onderdeel van de NAVO-taken was.

Voor de Franse president Charles de Gaulle was dit in 1966 onder meer aanleiding om uit de militaire organisatie van de NAVO te stappen. Zelf was De Gaulle in 1958 aan de macht gekomen onder de noodtoestand krachtens artikel 16 van de grondwet, afgekondigd toen de generaals van het leger in Algerije een staatsgreep wilden plegen. Een dramatisch moment in de Franse geschiedenis, waarbij de recente aanslagen, hoe ernstig ook, in het niet vallen.

Pas onder Chirac, in 1999, keerde Parijs terug in het NAVO-gelid al bleven de gaullistische reflexen levend, m.n. in de NAVO-luchtoorlog over Kosovo. Onder zijn opvolger Sarkozy ging Frankrijk enthousiast deelnemen aan NAVO-operaties zoals in Libië in 2011, waarvan de gevolgen inmiddels duidelijk zijn. Daarnaast reorganiseerde Sarkozy de inlichtingendiensten om ze beter in te passen in de Atlantische ‘veiligheidsstructuur’. Ook de inlichtingenbanden met Israël, dat aan de wieg van de ‘Oorlog tegen de Terreur’ stond, werden aangehaald.

In de VS werd de noodtoestand ingesteld na de aanslagen van 9/11 en door Bush Jr, Obama, en nu ook door Trump, steeds verlengd. Onder de noodtoestand zijn allerlei grondwettelijke rechten opgeheven en dat blijven ze dus.

Na de aanslagen op Charlie Hebdo en Bataclan in 2015 werd ook in Frankrijk de noodtoestand ingevoerd. Hollande verlengde haar na de aanslag in Nice op 14 juli 2016—twee weken voordat ze automatisch zou zijn opgeheven. Hollande wilde nog een stap verder gaan, want de noodtoestand is altijd tijdelijk en niet toereikend voor de Oorlog tegen de Terreur, die zoals het zich laat aanzien, blijvend is. Zijn plannen om de noodtoestand in de grondwet een permanent karakter te geven, moest hij echter voorlopig intrekken.

Toch gaat de ontwikkeling naar een postmoderne politiestaat door. Ondanks sussende woorden van regeringen en economen, leven we immers in een permanente diepe crisis, waarin de regeringen hun bevolkingen niet meer vertrouwen en de Atlantische heersende klasse de regeringen niet meer. Vandaar de voortgaande inspanningen om de politiestaat vaste vorm te geven, of er nu sprake is van ‘terrorisme’ of niet. Daarnee is de grens tussen een oorlogstoestand en de dagelijkse politiek vervaagd: in diverse Europese landen zijn gewapende militairen inmiddels onderdeel van het straatbeeld, en er wordt aan gewerkt om ook buitenlandse NAVO-militairen die patrouilles te laten uitvoeren.

De Sleepnetwet is een onderdeel van deze uitbouw van de politiestaat. Het is een overval op de democratie die bij ons nog maar één keer in stemming zal komen.

Bij een referendum.