Omstreden expositie in Verzetsmuseum

Van 30 juni tot en met 12 november 2017 wordt in het Verzetsmuseum in Amsterdam de reizende expositie De Goelag, terreur en willekeur in de Sovjet-Unie gepresenteerd. Er is kritiek gekomen op de tekst in de uitnodigingsbrief voor de opening, op de website-tekst (inmiddels deels gewijzigd) en op de expositie zelf. Hier de reactie van Max van den Berg uit Amsterdam, medeoprichter van zowel het Verzetsmuseum als het Comité van Waakzaamheid.

Max van den Berg

Terecht wordt de geschiedenis van ontberingen en onderdrukking in de Goelag-expositie gekaderd in het historische perspectief van een eeuwenoud tsaristisch, feodaal systeem.

Toch wordt de expositie door enkele uitglijders ontsierd. In de uitnodigingsbrief staat onder meer:

Vrijwel niemand weet dat daaronder ook duizenden Nederlandse slachtoffers waren: deels Nederlanders die vochten in Duitse dienst en die in Rusland krijgsgevangen waren gemaakt (…).

Ik vind een dergelijke benadering van het Goelagvraagstuk voor een Verzetsmuseum, dat voortkomt uit de strijd tegen het nationaal-socialisme, onacceptabel. Hier wordt de zaak 100% omgekeerd. Slachtoffer was immers de Sovjet-Unie, waar de Nederlandse SS-formaties moordend en plunderend doorheen trokken. Maar hier worden de landverraders in nazi-Duitse dienst als slachtoffers van de Sovjet-Unie gepresenteerd.

Het is voor mij volledig onbegrijpelijk dat deze stellingname door de doorgaans toch goed geïnformeerde directie over het hoofd is gezien.

… maar ook veel idealistische communisten die voor de oorlog naar Rusland waren getrokken om te helpen aan de verwezenlijking van de rode droom, en die net als zovele Russen ook uit de gratie vielen.

De Goelag-expositie maakt in dit verband alleen en uitsluitend melding van ir. Dirk Schermerhorn, die beschuldigd werd van nalatigheid bij een ernstig verkeersongeluk tijdens de metrobouw in Moskou. Hij werd schuldig bevonden en terdoodveroordeeld; een hoogst dubieuze rechtzaak.

Overwinning op Hitler

In de jaren twintig kwamen tientallen ingenieurs, architecten en enkele duizenden Amerikaanse, Nederlandse en andere West-Europese arbeiders in de toen chaotische jonge Sovjet-Unie werken.

Onder hen de ingenieurs Asser Baas, Anton Struik, Sebald Rutgers en Dirk Schermerhorn; de architecten Han van Loghem en Mart Stam; de metaaldeskundige Koos Vis; de Poolse technicus Branka Kornblit; de Amerikaanse IWW-vakbondsleider (Industrial Workers of the World) Herbert Calvert; en de Duitse architect Ernst May.

Al deze mensen werkten samen met ir. Sebald Rutgers bij het AIK-project (Autonome Industriële Kolonie) in het Siberische Kemerovo, gelegen aan de rivier de Torn. Dit kolen- en staalproject van het Koezbass-gebied groeide uit tot het enorme industrietcombinaat van Magnitogorsk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden alleen in dit metaalcombinaat 50.000 tanks en 45.000 vliegtuigen geproduceerd, beslissend voor de overwinning op de legers van Hitler.

Dat we dus een Verzetsmuseum hebben en nu in volle vrijheid over de Goelag-ellende kunnen spreken, is mede te danken aan het onvergetelijke werk van duizenden westerse arbeidskrachten. Hierbij speelden Nederlanders een grote rol. Zij hebben in dit opzicht hun droom waargemaakt.

Deze mensen zijn niet vergeten. Han van Loghem bouwde het Betondorp, ir. Rutgers bouwde het krantengebouw Voorwaarts in Rotterdam, Mart Stam zorgde voor woningbouw in Moskou en Boedapest en Berlijn, en Anton Struik nam deel aan het Nederlands verzet tegen de nazi-overheersing. Er is een straat in Amsterdam naar hem genoemd.

Maar ook in stadje Kemerovo, waar alles begon, is de Nederlandse bijdrage aan de overwinning op Hitler niet vergeten. Daar wordt in een museum dit alles uitvoerig uit de doeken gedaan. Het museum en zijn hele omgeving, met de door Van Loghem gebouwde mijnwerkerskolonie, staat onder bescherming van het Cultureel Erfgoed.

Alleen focussen op Dirk Schermerhorn, hoe schandelijk zijn proces ook was, leidt tot een vernauwende en eenzijdige blik op de geschiedenis.

Solzjenitsyn

In Nederland werd de Goelag in de jaren zeventig bekend door het boek De Goelag Archipel van Aleksandr Solzjenitsyn.

Als Goelag-getuige wordt hier Solzjenitsyn opgevoerd met zijn boek Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj, de titel van het hierboven genoemde werk over de Goelag.

Niet onvermeld mag blijven dat dit Goelag-boek in Nederland voor het eerst werd uitgegeven door de communistische uitgeverij Pegasus. De CPN had al in de jaren zestig vraagtekens gezet bij de politieke ontwikkelingen in de Sovjet-Unie en meende met deze uitgave een schot voor de boeg te moeten geven. Maar tegelijktijd bekritiseerde zij de zweem van de uiterst conservatieve religieuze mystiek die over dit boek zweeft.

Niet ten onrechte. Solzjenitsyns groots opgezette latere werk, het in twee delen uitgegeven boek Tweehonderd jaar samen getuigt van een ongekend diep antisemitisme. Mein Kampf van Adolf Hitler verbleekt hierbij.

Het is goed dit alles te weten, als u de expositie bezoekt.