Arbeidersverzet in de oorlog verraden door establishment

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Hugo van Langen 16 jaar oud. Op 24 februari 2017 hield hij een toespraak (hier in bewerkte versie} bij de herdenking van de Februaristaking in IJmuiden.

Hugo van Langen

De Februaristaking van 1941 en de April-meistakingen van 1943 zijn de grootste overwinningen van ons volk op een bezettende macht sinds de tachtigjarige opstand tegen Spanje.

In de zeventiende eeuw was Spanje de machtigste mogendheid ter wereld. Ook toen hadden de arbeidende mensen, de ambachtslieden, de leiding in een grote volksopstand. Het waren de Geuzen die als bannelingen in Engeland een schitterende organisatie, een strategie en een operatieplan hadden voorbereid. In tegenstelling tot Willem van Oranje organiseerden en bewapenden zij de bevolking: dat was het begin van grote overwinningen zoals die in Den Briel, Alkmaar en Leiden.

Maar doorgaans zijn in de geschiedschrijving de grote betekenis van dit brede verzet van ons volk en de doorslaggevende rol van de arbeidersbevolking in deze tachtigjarige opstand bewust genegeerd. Hetzelfde geldt voor het verzet in de Tweede Wereldoorlog.

De Februaristaking in Amsterdam is ontstaan uit de woede van de Amsterdamse arbeiders over het deporteren van de Joodse landgenoten. Die strijd sloeg over naar Kennemerland en de Zaanstreek.

De toen illegale Communistische Partij van Nederland heeft dit verzet georganiseerd en ontketend met het beroemde pamflet: Staakt, Staakt, Staakt. Als enige had zij zich op de bezettingstijd voorbereid, en al op haar congres in 1938 had zij dit als volgt gemotiveerd:

Er kan geen twijfel aan bestaan, wat de houding van onze partij moet zijn tegenover de bedreiging van de Nederlandse onafhankelijkheid door Nazi-Duitsland. Wij zijn voor de verdediging van de Nederlandse onafhankelijkheid zonder voorbehoud en tot elke prijs, tegen de fascistische aanval uit het buitenland en tegen zijn medeplichtigen. Wij zijn voor de verdediging van de Nederlandse onafhankelijkheid, omdat de Nederlandse taal en cultuur, wetenschap en kunst tegen fascistische onderdrukking moeten worden verdedigd.’

De Duitsers zagen zich door het brede verzet van de Nederlandse arbeiders in de verdediging gedwongen. Zij hadden ondervonden dat het Nederlandse volk, en vooral zijn arbeidersklasse, zich niet liet inlijven bij Duitsland. Zij grepen daarom in steeds grotere mate terug op intimidatie en geweld om het Nederlandse volk te onderdrukken.

Tegelijkertijd werd de bereidheid van de Nederlanders om verzet te plegen groter. De annexatiebedoelingen van de Duitsers leden hierdoor een gevoelige nederlaag. Door de openlijke demonstraties en stakingen dorsten de Duitsers de annexatie van Nederland bij Duitsland niet door te zetten, uit angst dat in andere landen dit soort verzet zou worden overgenomen.

De moedige opstand van de arbeiders in talloze bedrijven, winkels en op het platteland was het werkelijke verzet van ons volk tegen het inlijven van Nederland bij Duitsland. De bedoeling van de Duitse fascisten mislukte.

Rechtse sector

Al sinds jaren probeert rechts de grote betekenis van het brede arbeidersverzet te verduisteren met heroïeke cowboyverhalen over de heldendaden van de zogenaamde ‘Soldaten van Oranje’. Zelfs de Holocaust en de belevenissen van Anne Frank worden op grote schaal propagandistisch misbruikt om het verzet te maskeren.

Met talrijke spannende films wordt systematisch de betekenis overdreven van de Amerikaanse en Engelse bijdrage aan de vernietiging van de Duitse oorlogsmachine. Tot op de dag van vandaag worden de April-meistakingen van 1943 voor het behoud van de soevereiniteit van ons land in de officiële herdenkingen zelfs volledig genegeerd.

Het is dezelfde rechtse sector die geen wezenlijke bijdrage aan het verzet heeft geleverd en nu de betekenis van het verzet wegmoffelt. Erger nog: zij heeft met de bezetter samengewerkt om het verzet te smoren. Dit verdringen van het verzet begon al in de oorlog en werd de hoofdactiviteit van de ‘Soldaten van Oranje’, de bannelingen in Londen.

Zij liquideerden verzetsmensen en legden daartoe contact met de Duitse inlichtingendiensten waarmee zij samenwerkten. Dit is bekend geworden als het ‘Englandspiel’ en de ‘Velser Affaire’. Conny Braam [lid van het CvW, red.] heeft hiernaar diepgaand onderzoek gedaan, zonder te kunnen rekenen op medewerking van de overheid.

Het officiële establishment gebruikt alle middelen om ook de betekenis van het serieuze gewapende verzet te verduisteren. Dit was gericht op het verkrijgen van distributiebonnen voor het dagelijkse eten van de onderduikers, het vernietigen van persoonsgegevens in de gemeentelijke archieven, het bevrijden van verzetsstrijders en het liquideren van politiefiguren die Joodse mensen en verzetsstrijders ophaalden.

De nauw met de Londense bannelingen verbonden captains of industry produceerden tijdens de oorlog oorlogsmateriaal en bouwden bunkers voor de Duitsers. Zij werkten nauw samen met de Duitse bezetters en richtten hiertoe zelfs de ‘Nederlandse Unie’ op. Deze organisatie stond onder leiding van de Quay, Van Einthoven en Linthorst Homan. Zij gingen ervan uit dat Duitsland de oorlog zou winnen en verklaarden zich bereid met de Duitse bezetter samen te werken.

De historicus Lou de Jong heeft in zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog geen goed woord over voor dit driemanschap, dat hij van collaboratie beschuldigt. Na de oorlog werd De Quay nota bene minister-president, Van Einthoven hoofd van de BVD en Linthorst Homan commissaris van de koningin.

In werkelijkheid hebben de ‘Soldaten van Oranje’, die als collaborateurs samenwerkten met de Duitse geheime diensten, vanuit Engeland de weg geëffend waarlangs dit tuig in Nederland bestuurlijke verantwoordelijkheden heeft kunnen krijgen. Het is een schande voor ons mooie land dat zulke lieden na de oorlog de hoogste overheidsfuncties hebben kunnen vervullen. Eigenlijk hadden zij allen voor de rechter moeten komen wegens landverraad.

Het driemanschap heeft de onherroepelijkheid van de Duitse suprematie in Europa aanvaard en zijn landverraderlijke houding getoond met zijn bereidwilligheid om samen te werken met de fascistische bezetter. Pas na de definitieve ommekeer in de Duitse veroveringssuccessen, met de beslissende nederlaag in Stalingrad van begin 1943, hebben zij en andere lieden die eerst hadden meegewerkt met het Duitse onderdrukkingsapparaat zich aangesloten bij de zogeheten Orde Dienst.

Terecht hebben de verzetsmensen deze Orde Dienst nooit vertrouwd, vrezend dat deze club na de oorlog de dictatuur wilde invoeren. De OD bleek inderdaad een verlengstuk te zijn van een in het geheim gevormd ‘Militair Gezag’, dat onder leiding van generaal Kruls in wezen een staatsgreep heeft gepleegd door het verzet terzijde te schuiven. Prins Bernhard heeft hierbij een kwalijke rol gespeeld als ‘Bevelhebber’ van de ‘Binnenlandse Strijdkrachten’.

In de naoorlogse periode wist het rechtse, rijke establishment de betekenis van het verzet van onze arbeidersgemeenschap en de enorme betekenis ervan voor het behoud van onze soevereiniteit weg te moffelen. Men liet het doorslaggevende verzet van de arbeiders bewust onderbelicht met een gigantische propagandacampagne over de ‘heroïek’ van lieden die in werkelijkheid het verzet wilden breken, samen met de Duitsers.

Over establishment gesproken: Churchill heeft in het geheim tot het laatst getracht de opening van het Tweede Front tegen te houden en een invasie uit te voeren in Griekenland: de ‘zachte onderbuik van Europa’. Twee weken na de Duitse capitulatie in mei 1945 heeft Churchill, mede met de inzet van voormalige Wehrmachtsoldaten, zelfs nog een ‘derde wereldoorlog‘ tegen de Sovjet-Unie willen beginnen. Dit plan heette ‘Operation Unthinkable’.

De Koude Oorlog heeft voor de rechtse sector een comfortabele sfeer geschapen waarin dit alles mogelijk was, en kwam als een geschenk uit de hemel voor allen hand- en spandiensten hadden verleend aan de Duitse bezetter.

Niet voor niets wil rechts in onze tijd de Koude Oorlog opnieuw aanwakkeren en blijft het de ware betekenis van het verzet ontkennen. De tijd is rijp om dit stilzwijgen te doorbreken.

Vakbeweging

Wat zou er zijn gebeurd als die arbeiders in Noord-Holland met de Februaristaking en de arbeiders in het oosten met de April-meistakingen hun openlijke moedige strijd niet hadden gevoerd?

Dan was Nederland vroegtijdig ingelijfd in het Duitse Rijk. Dan waren onze jongens, net als de Oostenrijkse jongens, opgenomen in het Duitse leger en ingezet aan het Oostfront en in Afrika. En dan waren massa’s Nederlandse boeren gedwongen geworden om naar Oost-Europa te emigreren om die landen te ‘germaniseren’ en daar de plaats in te nemen van verdreven en vermoorde Slavische boeren. Dan zou Nederland de vijand van de geallieerden zijn geweest, met alle gevolgen van dien.

Verhinderd is dat Nederland werd opgenomen in het Duitse Rijk. Dat is de uitkomst van het brede volksverzet, ingezet met de grote stakingen en manifestaties van onze arbeiders.

De tijd lijkt voorbij dat de vakbeweging zich beperkt tot loonstrijd en tot het opvangen van de gevolgen van de maatregelen van de ondernemers. In deze tijd vindt er een ingrijpende transitie plaats naar een nieuw tijdperk, dat ongetwijfeld een tijdperk zonder kapitalisme zal zijn. Het volk eist meer zeggenschap in het maatschappelijk bestuur en in hun bedrijven.

Laat dit een aanzet zijn voor de vakbeweging om het kapitalisme veel harder aan te pakken en zich niet langer te beperken tot loonstrijd en het opvangen van de gevolgen van de maatregelen van de bedrijfseigenaren, maar in het offensief te gaan voor het afschaffen van het privébezit van de productiemiddelen, de banken en de grond.

Het gaat hier om een veel breder strijdgebied dan alleen loonstrijd of het opvangen van de negatieve maatregelen van de bedrijfseigenaren door ‘sociale paragrafen’. Nieuwe strategieën en strijdplannen moeten uitgewerkt en operationeel gemaakt worden.

Laten wij deze les trekken uit de rampzalige gevolgen van het functioneren van het kapitalisme, dat in laatste instantie uiteindelijk steeds weer de moeder van het fascisme blijkt te zijn.

Een overwinning op weg naar het tijdperk zonder de kapitalistische tweedeling. Dat is het diepere verlangen van waaruit de arbeiders in de Februaristaking en met arbeiders in de April-meistakingen hebben gestreden.