De ondergang van de rede

Kees van der Pijl

Het huidige rechts-populisme heeft in de ogen van velen als kenmerk dat het de redelijkheid terzijde schuift. Het optreden van rechts-populisten en neo-fascisten kenmerkt zich dan door het loslaten van omgangsvormen (‘doe toch normaal man’), maar ook door luidruchtige demagogie, verdraaien en liegen.

Dit is geen nieuw verschijnsel; het oorspronkelijke fascisme deed hetzelfde. Het komt voort uit een stroming in de filosofie die we irrationalisme noemen en die nu opnieuw opleeft bij uiterst rechts. Ook in de bredere samenleving wint het irrationalisme terrein, zonder dat mensen zich van dat verband bewust zijn.

Opnieuw wordt in onze tijd de Verlichting, de beweging in de 18de eeuw waaruit de Franse Revolutie is voortgekomen en waarin de ‘Rede’ centraal staat tegenover religie en allerlei vormen van bijgeloof, op grote schaal afgewezen—maar nu als bron van heilsdoctrines die geleid zouden hebben tot massavernietiging. Dit gevolg aan de Verlichting wijten is eGeorge Lukacschter zeer aanvechtbaar.

Het is de verdienste van Georg Lukács, dat hij als eerste het irrationalisme systematisch heeft uitgewerkt in een grote studie, namelijk Die Zerstörung der Vernunft (De vernietiging van de rede) uit 1953.

Lukács was de zoon van een rijke industrieel in het Hongaarse deel van de Oostenrijkste dubbelmonarchie. Hij ontwikkelde een eigen, hoogst originele interpretatie van het marxisme die hem gedurende zijn verdere leven in de problemen zou brengen en hem meermaals dwong tot aanpassing en zelfkritiek.

Als een van de aanvoerders van de Hongaarse Radenrepubliek in 1918-19 moest Lukács na het neerslaan daarvan zijn toevlucht zoeken in onder meer Wenen en, na het aan de macht komen van Hitler, in de Sovjet-Unie. Daar schreef hij zijn grote studies over de roman en de esthetica, maar moest hij ook afstand nemen van zijn visionaire Geschiedenis en Klassenbewustzijn uit 1923.

Toen hij zich in de jaren vijftig in Hongarije aansloot bij de communistische hervormingsbeweging en zelfs toetrad tot de regering-Nagy, die uiteindelijk ten onder ging in de Hongaarse opstand van 1956, kwam hij op zijn zelfkritiek terug. Na het neerslaan van die opstand moest Lukács echter de politiek verlaten en pas in 1968, drie jaar voor zijn dood, werd hij weer toegelaten tot de communistische partij.

Die Zerstörung der Vernunft wordt nogal eens versleten voor het trieste bijproduct van de vele noodgedwongen herzieningen en zelfbeschuldigingen waaraan Lukács zich moest onderwerpen. Het wordt inderdaad ontsierd door nogal houten steunbetuigingen aan het stalinisme. (Stalin zou in het jaar van verschijnen overlijden.)

Maar wie bereid is daar doorheen te zien, krijgt een werk voor zich dat onmisbaar is voor het begrip van zowel het oorspronkelijke fascisme als de nieuwe vormen ervan. Geen vergelijkbaar boek laat zo diepgaand zien hoe, nadat Hegel en Marx theorieën hadden ontwikkeld die voor de bestaande orde principieel onaanvaardbaar waren, de filosofie een reactionaire koers insloeg die uitkwam bij het fascisme.

Pessimisme of roes

Hoogtepunt is het hoofdstuk over Nietzsche, die weer helemaal in de mode is. Nietzsche was een bewonderaar van Arthur Schopenhauer, een tijdgenoot en rivaal van Hegel, die echter pas faam verwierf na de nederlaag van de Europese revolutie van 1848.

Schopenhauers methode is volgens Lukács de ‘indirecte verdediging van het kapitalisme’. Hij erkent de euvelen van de kapitalistische maatschappij, maar niet als de gevolgen van een bepaalde sociale structuur, maar van het bestaan an sich. Daaraan ontleent Schopenhauer het pessimisme dat ieder politiek handelen zinloos is.

Nietzsche was een tijdgenoot van de opkomende arbeidersbeweging; hij wil die bestrijden en dus wél politiek handelen. Ook Nietzsche ontwikkelt een kritiek op het bestaan buiten het kapitalisme om, en hij komt uit bij de barbarij en de mythologie. Tegenover de Rede verheerlijkt hij de roes, de barbaarse razernij waarin ‘de mens’, en wel de supermens die boven de massa uittorent, tot grote daden komt. Niet dat die daden ergens toe leiden, want de geschiedenis speelt eeuwig hetzelfde refrein af.

Nietzsche wil een nieuwe Verlichting, die niet zoals in de 18de eeuw de ‘democratische kudde’ voorbrengt, maar helden die in een roes van machtsuitoefening en onder het motto Niets is waar, alles is toegestaan als roofdieren op de maatschappij worden losgelaten.

In Nietzsche, aldus Lukács, zien we het radicale egoïsme van de neergaande bourgeoisie die zich losmaakt van de vooruitgangsgedachte. Het racisme van het latere, plebeïsche fascisme is afwezig, voor antisemitisme heeft Nietzsche geen tijd. Hij ziet slechts heersende rassen in het algemeen, tegenover rassen die zijn voorbestemd om slaven te zijn en die in het Christendom hun slavenmentaliteit terugvinden.

Door zijn meesterlijke, polemische schrijfstijl wist Nietzsche de grote onrust onder burgerlijke intellectuelen een uitlaatklep te bieden. In de roes van hun pseudo-revolutionaire woede moeten alle bestaande waarden omver gestoten worden, zonder door enig sentiment of menselijkheid te worden afgeremd.

Hoe de latere intellectuele stromingen binnen het irrationalisme de erfenis hebben verwerkt van Schopenhauer (pessimisme) en Nietzsche (de roes van de macht), daarmee vult Lukács de rest van Die Zerstörung der Vernunft. Het boek telt 700 bladzijden, klein gedrukt.

Hitler is niet de uitvoerder van het programma van Schopenhauer en Nietzsche, maar bouwt op hun gedachtegoed verder. Hij brengt daarbij eigen accenten aan, zoals de rassentheorie.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft het irrationalisme nieuwe vormen aangenomen. Vandaag de dag kunnen we ook het postmodernisme in dit licht zien. Het is de radicale ontkenning van de geschiedenis, er zijn alleen nog aangeboren identiteiten. ‘Je bent zwart of wit, man of vrouw, homo of hetero. Daar valt niets aan te veranderen en al helemaal niet door maatschappijverandering.’

Lukács’ boek is een monument: weliswaar partijdig en ontsierd door dogmatische uitspraken die soms door een ander geschreven lijken, maar wie de boodschap erachter wil zien heeft hier een onmisbaar vademecum voor de bestrijding van het hedendaagse rechts-populistische en fascistoïde denken.

Georg Lukács, Die Zerstörung der Vernunft. Der Weg des Irrationalismus von Schelling zu Hitler. Berlin DDR: Aufbau-Verlag 1953.