Waarom vreemdelingenhaat in Nederland?

Onderstaande tekst is gebaseerd op de bijdrage van de schrijver aan het driedaagse congres Rechte Politik in Europa van de Duitse vakbond IG Metall, dat van 23 tot 25 november jl. gehouden werd in Saarbrücken. Op de eerste dag werd na de inleidingen van functionarissen van de bond (2,9 miljoen leden) een overzicht van uiterst rechts gegeven in verschillende Europese landen. Op een forumdiscussie diezelfde avond, uitgezonden door de radio van Saarland, verklaarde de vice-premier van Saarland dat haar partij, de SPD, al 150 jaar onwrikbaar vasthoudt aan de grondwaarden van mensenrechten en solidariteit. Dit laatste overtuigde echter niet alle aanwezigen en was mede aanleiding om op de tweede dag, toen Frankrijk, Nederland en Duitsland zelf aan de orde kwamen, hierop nader in te gaan. Het was een vakbondscongres dat Nederlandse navolging verdient.

Kees van der Pijl

De situatie inzake uiterst rechts in Nederland is een aspect van een veel algemenere toestand, namelijk de systeemcrisis van het liberale kapitalisme waarin het Westen zich bevindt. Wilders is daarbij maar een symptoom.

Het kapitalisme van na de Tweede Wereldoorlog was gebaseerd op een klassencompromis tussen kapitaal en arbeid. De sociaal-democratie en de vakbonden, met de toen nog bloeiende industrie, vormden de kern daarvan.

Inmiddels heeft het georganiseerde kapitalisme en de daarbij horende sociale bescherming plaatsgemaakt voor een roofkapitalisme dat de maatschappij niets meer te bieden heeft. Het gebouw van de Industriebond FNV in Amsterdam, ooit een geduchte partij in de CAO-onderhandelingen, is nu een hotel.

Het naoorlogse klassencompromis was de uitkomst van twee wereldoorlogen en een Depressie; er moesten nu concessies worden gedaan. Ook door de sociaal-democratie overigens: in ruil voor de welvaartsstaat moest zij instemmen met koloniale oorlogen, de Koude Oorlog en later de interventieoorlogen zoals in Vietnam.

In de crisis van 1968-69 begon het kapitaal zich langzaam los te maken uit het naoorloogse klassencompromis met de georganiseerde arbeid. Dit was altijd een relatief bevoorrechte groep geweest. Arbeiders verdienden genoeg om een gezin te onderhouden en de vrouw was thuis.

Eind jaren zestig begon het aanboren van nieuwe categorieën arbeid: vrouwen, de arbeidsreserve op het platteland en gastarbeiders. Allemaal in een arbeidsrelatie die buiten het naoorlogse compromis viel, maar niettemin voor de betrokkenen vaak een element van emancipatie meebracht: hun horizon werd verbreed en hun levenservaring meer gevarieerd.

Tevens werd in de loop van de jaren zeventig de relatieve afsluiting van de nationale economieën beëindigd om het kapitaal in staat te stellen ook zelf naar nieuwe arbeids- en afzetmarkten te verhuizen. Het liquide geldkapitaal werd in deze verhuizing noodzakelijkerwijs (bij ons) toonaangevend.

Tot 2008 konden delen van de middenklasse meeprofiteren van de snel stijgende waarden van onroerend goed en aandelenbezit, ook via pensioenfondsen. Vandaag de dag echter is zelfs dat ingedikte compromis instabiel geworden. Wel praten we hier over ontwikkelingen die decennia in beslag nemen en er is ook nog beschermde loonarbeid; anders zaten we hier niet.

Populisten

Toch is de positie van de arbeid op wereldschaal radicaal veranderd. Na de omwenteling in China en de ineenstorting van de Sovjet-blok is het aanbod van loonafhankelijke arbeid verdubbeld naar meer dan drie miljard.

Door armoede, droogtes, misoogsten en oorlogen zijn grote delen van deze mensenmassa in beweging gekomen. Zij kloppen aan onze deuren, juist nu hier sociale voorzieningen, onderwijs en zorg worden afgebroken.

De sociaal-democratie blijft echter meeregeren alsof er niets gebeurd is. De neoliberale leer, die ongelijkheid en afbraak propageert, is klakkeloos aanvaard. Het gevolg is dat delen van haar voormalige aanhang, ook jongeren die nog nooit gestemd hebben, zich wenden tot ‘populistische’ partijen die géén deel uitmaken van het naoorlogse compromis.

Noord- en Zuid-Europa reageren echter fundamenteel verschillend op de migrantentoestroom.

In Zuid-Europa voelen veel mensen, bij ruwweg 20 procent werkloosheid en 50 procent jeugdwerkloosheid, zichzelf in toenemende mate arbeidsreserve, lotgenoten van de nieuwkomers. Vandaar dat het populisme daar naar links neigt. Ook in Italië, waar de Vijf Sterren-beweging niet als uiterst rechts moet worden afgedaan (zoals op de eerste conferentiedag werd betoogd).

Daarentegen hebben in Duitsland, Oostenrijk, Scandinavië en ook in Nederland veel mensen nog de illusie dat de arbeidsreserve buiten de deur kan worden gehouden. Vandaar dat hier het populisme naar rechts uitslaat en meegaat in de vreemdelingenhaat die door Wilders en zijn vrienden wordt gepropageerd.

De sociaal-democratie, die in de jaren zeventig is meegegaan met de neoliberale draai die het kapitalisme heeft gemaakt, heeft de historische kans om de bevolking tegen de gevolgen ervan te beschermen allang voorbij laten gaan, en zal verdwijnen.

Antwoord van links

Intussen zien we de staten hun politiebevoegdheden uitbreiden met afluisteren, opsluiten enzovoort. Oorlog en geweld grijpen om zich heen: ook de oorlog tegen de terreur die werd afgekondigd toen de ‘terroristen’ nog een randverschijnsel waren.

En wat is dit alles anders dan een campagne om de mondiale arbeidsreserve, voor wie geen emplooi meer is en die onbeheersbaar dreigt te worden, te intimideren en te disciplineren?

De media, die bijna zonder uitzondering eigendom van individuele miljardairs zijn geworden, begeleiden dit proces met angstverhalen, maar ook met regelrechte verdraaiingen. Om met Gramsci te spreken: met ‘corruptie en fraude’. Daar kan uiterst rechts weer garen bij spinnen door af te geven op de ‘leugenpers’.

Dat is de achtergrond van Pegida/Alternative für Deutschland, van de ZwedenDemocraten, van FPÖ, Vlaams Belang, en ook van Wilders.

Dat Wilders’ vertrek uit de VVD begeleid werd vanuit de Israëlische ambassade, die hem het thema van de ‘islam’ aanreikte om de vreemdelingenhaat een stootrichting te geven, kunnen we als detail verder laten rusten.

Kern van de zaak is dat ons economisch systeem in een fase van definitieve neergang is aangeland. De bevolking gelooft niet meer in een kapitalistische toekomst.

Uiterst rechts heeft de mensen werkelijk niets te bieden, behalve nog meer haat en nog meer geweld. Wel heeft het zich van de onvrede tot woordvoerder gemaakt, ook in Nederland.

Het wachten is op een antwoord van links — maar dan een echt, radicaal antwoord. Géén mooie praatjes!