Michel van der Borght-verzetsprijs toegekend aan Max van den Berg

Op 18 en 19 november jl. is in Praag de Michel van der Borght-prijs voor 2016 toegekend aan Max van den Berg, lid van het Comité van Waakzaamheid en van de Raad van Toezicht. Deze prijs wordt verleend door de Fédération Internationale des Résistants / Association Antifasciste (FIR) die in de Tsjechische hoofdstad haar 27ste Congres hield. De FIR werd in 1946 opgericht door oud-verzetsstrijders en is nog steeds actief in de strijd tegen nieuwe oorlogsdreigingen en tegen herlevend fascisme. Organisaties uit 27 Europese landen en Israël, met gezamenlijk één miljoen leden, zijn in de FIR verenigd. Hieronder het dankwoord van Max.

Max van den Berg

Beste vrienden,

Het is voor mij een grote eer de Europese verzetsprijs te mogen ontvangen vernoemd naar de Belgische verzetsstrijder, onze helaas overleden vriend Michel van der Borght. Het toekennen van deze prijs hier in Praag, stad van Hus, Kafka en Julius Fucik, zie ik als een waardering voor de vele bewegingen in ons Nederland gericht tegen fascisme, onderdrukking, discriminatie en oorlog. Enkele van deze bewegingen waren grensoverschrijdend en uniek.

In februari 1941 brak in Amsterdam en omgeving een politieke proteststaking uit tegen de door de Duitse fascisten georganiseerde Jodenvervolging. Honderdduizenden, door de communisten opgeroepen arbeiders legden onbaatzuchtig het werk neer en gaven de stoot aan de verdere ontwikkeling van de strijd tegen de bezetter.

Minder bekend, maar van grote betekenis was de algemene staking van september 1946: een solidariteitsactie gericht tegen de oorlog in Indonesië en voor de onafhankelijkheidsstrijd van het Indonesische volk. Ook deze door communisten georganiseerde strijd was uniek in Europa.

In 1953 werd door een groep linkse Joden uit Amsterdam het Auschwitzcomité opgericht en het manend monument Nooit meer Auschwitz geplaatst. In die tijd kreeg de massamoord van de Hitlerbende nog nauwelijks aandacht. Sterker nog: rechtse kringen verzetten zich tegen herdenkingen met het motief opbouwen, vooruitkijken en niet in het verleden blijven hangen.

De collectieve vrijlating van de ernstigste oorlogsmisdadigers werd door de antifascistische acties doorkruist en deze strijd bracht zelfs een gezamenlijk optreden daartegen in het parlement tot stand.

In de jaren 80 dook het oorlogs-spook van de neutronenbom op. De communisten en vele vredelievende en humanistische burgers sloten zich aaneen in de actie Stop de N-bom. Enkele miljoenen volgden de oproep die zich als Hollanditis over Europa verspreidde. Uiteindelijk werd deze strijd gewonnen en is dit onmenselijke wapen van het toneel verdwenen.

In een referendum richtte zich een grote meerderheid van de Nederlanders tegen het associatieverdrag met Oekraïne. De verscholen militaire samenwerking met dat land dat postzegels afdrukt van Bandera, de leider van de Oekraïense SS, een organisatie die zich onder meer bezighield met de bewaking van de gevangenen in Auschwitz en Sobibor, gaf voor velen de doorslag. Nederland werd gedwongen het verdrag nog niet te tekenen.

Een recente poging om in Nederland Pegida te introduceren werd in Amsterdam tijdens een antifa massameeting meteen de kop in gedrukt. Hieraan werkten alle linkse partijen en de vakbonden mee.

Al deze successen mogen ons niet de ogen doen sluiten voor de dreigende invloed van alle mogelijke extreemrechtse groeperingen die zich met de discriminatie van vluchtelingen profileren. Een verstandige, breed opgezette weerstand is noodzakelijk. Daarbij zullen nieuwe vormen van samenwerking en nieuwe vormen van acties ontwikkeld moeten worden. Tegen al deze cryptofascistische groeperingen zeggen wij: No Pasaran!