5 redenen om CETA te verwerpen: ‘Democratie wordt hoog in het vaandel gedragen, tot ze wordt gebruikt’

Met de verwerping door de Waalse en Brusselse regeringen van het CETA-accoord met Canada is een belangrijke barrière opgeworpen tegen het neoliberale afbraakbeleid van de EU en de eraan gehoorzame regeringen. Ter ere van dit gedenkwaardige feit nemen we een artikel uit KNACK over van Line de Witte, woordvoerder van de Belgische PVDA voor Vlaams Brabant (redactie).

Line de Witte

De Waalse, Brusselse en Franstalige regeringen brachten vorige week hun stem uit tegen CETA, het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada. De regeringen in het Zuiden van het land worden langs alle kanten beschimpt voor deze keuze. Ze zouden ervoor zorgen dat we ‘een mal figuur slaan’, ze zouden tegen gestemd hebben om ‘de federale regering te pesten’ of platter, ze zijn gewoon ‘compleet, compleet, compleet

 

belachelijk’. De Canadese minister van Handel Chrystia Freeland liet zelfs een traantje omdat we geen akkoord kunnen sluiten met ‘het zo lieve Canada’. Democratie wordt hoog in het vaandel gedragen, tot ze wordt gebruikt. De argumenten om voor het vrijhandelsakkoord met Canada te stemmen zijn doorspekt van alle emoties, maar jammer genoeg niet van overtuigende argumenten. Want als we nagaan wat CETA precies inhoudt, lijkt die tegenstem verre van belachelijk voor mens en milieu. CETA is een vrijhandelsakkoord, dat de concurrentie tussen grote bedrijven wil doen toenemen. Dat houdt heel wat voordelen in voor grote bedrijven en diens aandeelhouders. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat zij zich grote voorstanders tonen van het akkoord. Maar wat goed is voor multinationals is niet vanzelfsprekend goed voor iedereen, in tegendeel zelfs.

1. Staten voor de rechtbank

Via ICS (investment court system) kunnen grootbedrijven straks landen voor de rechtbank dagen iedere keer een regering een beslissing neemt die een negatief effect kan hebben op de winsten van dat bedrijf. Dit ongeacht of die beslissing is genomen uit veiligheids- gezondheids- of milieuredenen. Deze rechtszaken worden beslecht in een parallel rechtssysteem buiten de nationale rechtsorde om. De rechters die hierover beslissen, worden per zaak betaald en hebben er dus alle baat bij dat er zoveel mogelijk rechtszaken zijn. Aangezien enkel bedrijven het uitzonderlijke recht hebben om aan te klagen, is het voor de rechters voordelig de bedrijven gelijk te geven, wat ook in de meerderheid van de gevallen gebeurt.

Dit principe is niet nieuw, het bestaat al in duizenden andere handelsovereenkomsten en heeft al veel kwaad bloed gezaaid. Het tabaksbedrijf Phillip Morris spant de kroon. Het bedrijf klaagde zowel de Australische als de Uruguayaanse overheid aan omwille van hun rookbeleid. Australië besliste dat pakjes sigaretten neutraal en merkloos moesten worden. In Uruguay werd roken verboden op openbare plaatsen. In beide gevallen oordeelde Phillip Morris dat dit haar winsten zou schaden. Minder roken betekent inderdaad minder winst voor Phillip Morris, maar het betekent ook minder kanker. Meer roken komt enkel de aandeelhouders van Philip Morris ten goede. En toch riskeerden beide overheden een schadevergoeding te moeten betalen. De wereld op haar kop. Het Amerikaanse bedrijf Ethyl Corporation klaagde de Canadese overheid aan voor meer dan 200 miljoen euro nadat die een giftige stof wilde verbieden. De Canadese overheid betaalde het bedrijf uiteindelijk 11,5 miljoen euro en besliste plots dat de stof toch niet meer zo giftig was als gedacht. De Canadese burgers zijn dus dubbel verliezer. Niet alleen betalen zij via hun belastinggeld de kosten, er wordt daarenboven een giftige stof op hun leefmilieu losgelaten.

In totaal waren er wereldwijd al bijna zevenhonderd rechtszaken waarbij een bedrijf een overheid aanklaagde. Overheden betaalden zo al miljarden uit aan bedrijven en trokken wetgeving in die was opgesteld om burgers te beschermen. En zo zetten grote multinationals de democratie schaakmat.

2. Uitverkoop van de publieke diensten

Publieke diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer zijn diensten die enorm belangrijk zijn in ons leven. Ze stoelen op solidariteit. Jij bent vaker ziek dan ik? Ik heb een hoger inkomen dan jij? Dan zal ik in verhouding meer betalen voor jouw onderwijs en jouw ziekenzorg. Maar aan het einde van de rit kunnen we allemaal onderwijs volgen en is gezondheidszorg betaalbaar. Dat is toch het principe, want meer en meer komt de winstlogica binnendringen in onze publieke voorzieningen. CETA doet daar nog een schepje bovenop. Het is het eerste handelsakkoord dat negatieve lijsten gebruikt voor de liberalisering van diensten. Dat wil zeggen dat vanaf nu alle diensten mogen worden geliberaliseerd behalve wanneer ze op de lijst staan. Dat houdt ook in dat toekomstige diensten per definitie niet publiek kunnen zijn. Dit zal een effect hebben op de dienstverlening en op de prijzen. We zien dat nu al gedeeltelijk in bijvoorbeeld private rusthuizen. Die kosten vaak stukken van mensen, maar daar krijg je weinig voor terug. Pampers worden hergebruikt en de drie maaltijden samen mogen slechts 4 euro kosten. Twee witte boterhammen, dat moet volstaan. Veel betalen voor weinig dienstverlening, dat is de private markt. En met CETA breidt die zich alsmaar verder uit.

3. Bescherming werknemers

Volgens de onderhandelaars zal er niet aan de bescherming van werknemers worden geraakt. Ze hebben daar zelfs een hoofdstuk over opgenomen in het verdrag. Maar in tegenstelling tot alle hoofdstukken over rechten voor investeerders, staat in het hoofdstuk over de rechten voor werknemers niets dat afdwingbaar is. Het blijven dode letters. Dat is enorm tegenstrijdig. In het verleden klaagde het bedrijf Veolia de Egyptische overheid aan omdat ze haar minimumlonen verhoogde. In CETA blijft dit mogelijk, en er staat niets opgenomen dat de rechten van werknemers voorgaan op die van investeerders. Het omgekeerde is zelfs waar: de rechten van investeerders zijn afdwingbaar, die van werknemers niet.

Wat zeker is, is dat een vrijhandelsakkoord meer concurrentie oplevert tussen grote bedrijven. Zulke bedrijven willen in de eerste plaats meer winst maken, en de kosten zo laag mogelijk houden. Eerdere vrijhandelsverdragen zoals NAFTA (Canada, Verenigde Staten en Mexico) leren ons dat dat resulteert in minder jobs, slechtere arbeidsomstandigheden en lagere lonen voor de jobs die overblijven. Na het afsluiten van NAFTA in 1994, werden de werknemers van de toenmalige Caterpillarfabriek in Ontario, Canada door hun werkgever voor het blok gesteld: een loonvermindering van 50%, of de fabriek zou verhuizen naar de VS. Dat kon immers gemakkelijk dankzij het nieuwe vrijhandelsakkoord.

De werknemers weigerden en de baas doekte de fabriek op om aan de slag te gaan met Amerikaanse werknemers die hetzelfde werk voor de helft van het loon wilden doen. Maar zelfs dat was niet genoeg. Vier jaar later pakte de Caterpillarfabriek ook op het Amerikaanse vasteland haar biezen. Op naar Mexico, waar de lonen nog lager liggen. Maar mijn betoog gaat verder dan historische vergelijkingen.

Bedrijven gaan daar waar de lonen en arbeidsvoorwaarden het laagst liggen, ten koste van de werknemers. In andere landen wordt de druk op de arbeidsvoorwaarden soms niet houdbaar, waardoor ook daar de normen verlagen. De internationale arbeidsorganisatie (IAO) heeft een hele resem van zaken opgesomd die belangrijk zijn om werknemers te beschermen. In Europa zijn er daarvan 80 erkend per lidstaat, in Canada 22. Canada erkent bijvoorbeeld het recht op collectieve onderhandelingen niet. Het bovenstaande in acht genomen, is de kans reëel dat de lagere standaarden in Canada een druk zullen zetten op de arbeidsvoorwaarden in Europa.

4. Milieubescherming

Ook over duurzaamheid werd een hoofdstuk opgenomen in het CETA verdrag, maar net als bij bescherming van werknemers, is de bescherming van het milieu enkel iets op papier. Greenpeace sprak over het ‘juridische gewicht van een vakantiebrochure’.

De belangen van bedrijven en het klimaat zijn vaak tegenstrijdig. Dat leert het voorbeeld van Duitsland ons. Duitsland wilde na de kernramp in Fukushima een kernuitstap in eigen land. Maar dat was buiten de belangen van het Zweedse energiebedrijf Vattenfall gerekend. Het bedrijf klaagde de Duitse overheid aan en de Duitse belastingsbetaler betaalde nu al miljoenen euro’s voor de rechtszaak. Op geen enkele manier wordt in CETA de clausule opgenomen dat bedrijven kunnen worden bestraft voor vervuilende praktijken. Regels met betrekking tot ecologie mogen niet handelsverstorend zijn, maar zouden we niet beter zeggen dat regels met betrekking tot handel niet milieuverstorend mogen zijn? Het hoofdstuk over duurzaamheid is een lege doos, die erg ruikt naar greenwashing.

5. CETA is de achterpoort voor TTIP

TTIP, het vrijhandelsakkoord dat wordt onderhandeld tussen de EU en de VS is veel meer omstreden dan CETA. Vaak wordt CETA dan ook verdedigd door te stellen dat het ‘minder erg’ zou zijn dan TTIP, dat Canada meer op Europa lijkt dan de VS en dat de normen met betrekking tot arbeid en milieu in Canada toch heel wat beter zijn dan in de VS. Maar door CETA toe te laten, creëren we een achterpoortje voor Amerikaanse bedrijven die nu vrezen dat TTIP er niet meer komt. 80% van de Amerikaanse bedrijven in EU, heeft een dochterbedrijf in Canada. Met de ICS-clausule kunnen die bedrijven ook Europese staten aanklagen.

We kunnen ons de vraag stellen waarom we überhaupt een vrijhandelsakkoord nodig hebben dat alle aspecten van ons leven behelst, enkel en alleen om multinationals meer speelruimte te geven.

Het groeiende verzet en de druk dat dat uitoefent op regeringen in Europa, Canada en de Verenigde Staten, is een goede zaak voor mens en milieu. Het feit dat een regering tegen het akkoord stemt is het begin van het einde voor CETA en TTIP, en een eerste overwinning voor mens en milieu.