Overpeinzingen (1) Koude Oorlog is van karakter veranderd

Achter het verhullende begrippenapparaat en taalgebruik van de heersende klasse gaat vaak een waaier schuil van feitelijke tegenstellingen, vol bedreigingen én kansen. Hans Peter Gramberg, lid van het Comité van Waakzaamheid, legt deze bloot in een viertal ‘Overpeinzingen’. Hieronder behandelt hij het thema grootmachten; in de volgende afleveringen gaat het over veiligheidsideologie, islam en geloofsstrijd.

Hans Peter Gramberg

Mijn argwaan tegenover ‘het Westen’ – waar ik deelgenoot van ben – is mij (ik ben van jaargang 1948) al tijdens mijn lagereschooltijd door mijn vader meegegeven. Zijn afwijzende houding van de opstelling van het Westen in de Koude Oorlog deed mij als jochie, dagdromend, in een verzonnen ‘Russisch’ Chroesjtsjov verdedigen.

Mijn argwaan begon politieker te worden met de Cubacrisis (1962). De reactie van Kennedy c.s. op de steun van de Sovjet-Unie aan Cuba vond ik ongeloofwaardig, omdat inmiddels al zoveel NAVO-raketten in Turkije en West-Europa gericht stonden op Moskou.

En deze inmiddels politiekere argwaan zag ik in 1966 bevestigd in het rapport van Robert Scheer ‘Hoe de verenigde staten verwikkeld werd in de vietnam-kwestie’ (1965) – naar de mode van die tijd zonder hoofdletters. Het is in Nederlandse vertaling gepubliceerd als nummer 6 van Katernen 2000, van werkgroep 2000.

Sindsdien ben ik – naar eigen besef – links.

Maar ben ik altijd ook waakzaam genoeg? Het ideologisch-narratieve vertoog waarmee deze ‘onze’ maatschappij zichzelf voorstelt en de samenhang probeert te organiseren, wordt immers onwillekeurig onderdeel van je dagelijkse bewustzijn.

Je gaat onwillekeurig ook meepraten in de taal-/spraakregelingen die je aangereikt krijgt vanuit de overheid (het staatsapparaat en de daarvan afgeleide of ermee verbonden instituties en organisaties) en de media.

Dit is doorgaans de praat van de heersende, inmiddels transnationaal opererende klasse en de zich hiervan afhankelijk achtende bestuurders – nationale en supranationale bestuurders.

Waar deze praat welbewust bedoeld is om mogelijke onrust te dempen, is hij verraderlijk.

En waar deze praat even welbewust juist bedoeld is om de altijd levende maatschappelijke onrust te mobiliseren, vraagt het alertheid. Want deze onrust kan worden gebruikt louter als hefboom om, al dan niet via parlementaire verkiezingen, de macht te grijpen zonder de maatschappelijke verhoudingen fundamenteel te veranderen.

Denk aan Louis Bonaparte, Mussolini, Hitler en recentelijk de oligarch Porosjenko in Kiev.

Het vraagt ook alertheid om niet te trappen in de anti-elitaire, soms zelfs anti-kapitalistische retoriek ervan, terwijl de politieke strekking ervan juist rechts, rechts-nationalistisch, proto-fascistisch of fascistisch is.

Oekraïne

In dit korte bestek is er geen ruimte om het ingewikkelde vraagstuk van de ideologie en de ideologische staatsapparatuur te beschrijven. Hier alleen nog een enkele opmerking over de hierboven al genoemde, transnationaal opererende klasse.

Er wordt wel gedacht en beweerd dat we voorbij zijn aan het Oost-West-conflict en aan de weerslag daarvan in de ‘derde wereld’. Wij zouden van doen hebben met een multipolaire wereld.

Maar dat is een vertekening. Nog steeds bepaalt het conflict van het Westen tegen het Oosten (Rusland en China) de wereldontwikkelingen. Alleen is het inmiddels meer een conflict tussen het westerse monopolistische kapitalisme versus het Russische oligarchie-kapitalisme, respectievelijk het Chinese staatskapitalisme.

Wat wij nu op wereldschaal meemaken is een strijd tussen de bezittende klassen, zoals op beperkter schaal het geval is in Oekraïne, waar het gaat om een strijd tussen de op het Westen georiënteerde en de op Rusland georiënteerde oligarchen, nog eens gecompliceerd door strijd tussen de op het Westen georiënteerde oligarchen onderling.

Met de strijd om meer democratie heeft de strijd in Oekraïne uiteindelijk nauwelijks van doen, hoezeer velen daarvoor ook maandenlang de vrieskou hebben getrotseerd op het Maidanplein.