Klassentegenstellingen herontdekt na Oekraïne-referendum

Kees van der Pijl

Het referendum over het EU-Associatieverdrag met Oekraïne van 6 april 2016 is met een Nee beslecht.

Laat niemand zich troosten met de gedachte dat er maar 32 procent van de kiezers is opgekomen, al is daarmee de opkomstdrempel wel degelijk gehaald. Van de niet-stemmers zou volgens onderzoek van de NOS immers maar liefst een kwart zijn thuisgebleven omdat men ervan uitging dat de regering toch niets met de uitslag zou doen. Daar heeft het na de afwijzing in de Tweede Kamer van de motie-Van Bommel om de ratificatiewet in te trekken, dan ook weer alle schijn van.

De uitslag heeft ook geleid tot de (her)ontdekking van de klassentegenstellingen in onze maatschappij.

In Trouw, dat in de campagne consequent voor het Ja is opgekomen, werd op 8 april de balans opgemaakt. ‘De kiezers bij het referendum lieten zich veel minder leiden door hun partijvoorkeur dan door andere factoren. Opleiding speelt een grote rol. De woonomgeving ook.’ Kortom, er zijn klassenverschillen. Een geciteerde ‘electoraal geograaf’ spreekt zelfs van ‘soorten mensen’.

Op de kaart van Nederland bij dit artikel zien we groen gemarkeerd de woongebieden van ‘Hoogopgeleid in aantrekkelijke omgeving’, tegenover het lila territoir van ‘Laagopgeleid in krimpgebied, voorstad of buitenwijk’. Ertussenin zit in lichtblauw het areaal van ‘Protestant, stabiel en met burgerzin’: Gelderland, Overijssel, Groningen, Friesland en niet te vergeten Walcheren.

Neoliberalisme

Lila, zou ik zeggen, is het woongebied van de klasse die de sociale desintegratie aan den lijve ondervindt en die daarvan (anders dan ‘Hoogopgeleid in aantrekkelijke omgeving’) niet profiteert. Die desintegratie is het gevolg van de neoliberale ‘mondialisering’, die in wezen een met geweld gepaard gaande expansie van het kapitaal is. Geweld in de vorm van onteigening, vernietiging van bestaansmogelijkheden en uiteindelijk militair geweld.

Dat proces is na 1991 in een hogere versnelling geschakeld omdat er na de ineenstorting van het (staats)socialisme geen kracht in de wereld meer over is die aan die expansie paal en perk kan stellen. Of toch: is het misschien die meerderheid die in Nederland en elders in Europa de ‘mondialisering’ afwijst?

Als dat zo is, dan moet de grootste zorg zijn dat die afwijzing politiek in de schoot valt van Wilders in Nederland, Le Pen in Frankrijk, Trump in de VS, en andere extreem-rechtse trommelaars.

Je kunt het ook omdraaien, namelijk: Onze grootste zorg zou moeten zijn dat er geen effectieve progressieve en humane politieke kracht is, die het verzet tegen de mondialisering naar zich toe weet te trekken.

Met de woede over het afbreken van de verzorgingsstaat, het uithollen van de democratie en de explosieve toename van de ongelijkheid kun je alleen nog terecht op de uiterste rechterflank. Want de SP bij ons wil toch vooral gematigd en verantwoord naar buiten treden, en weet het verzet daarom niet aan zich te binden.

Migratie en sociale samenhang

Vanuit ‘Hoogopgeleid in aantrekkelijke omgeving’ wordt nu opgeroepen om de economische en sociale gevolgen van de mondialisering, inclusief massamigratie, met optimisme en meer menslievendheid tegemoet te treden. Maar voor veel mensen is die emotionele reservetank leeg. ‘Vluchtelingen welkom’, zonder erbij te zeggen wat we gaan doen aan de oorzaken van deze massale verhuizingen, wekt dan alleen maar woede op.

De gevolgen van de volksverhuizing die door oorlog en radicale verarming in gang is gezet, komen immers overwegend terecht in de woongebieden van ‘Laagopgeleid in krimpgebied, voorstad of buitenwijk’. Daar is ook de sociale bescherming van veel groter belang dan in de groene zone waar men de wegvallende zekerheid privé kan compenseren.

Om ‘in krimpgebied, voorstad of buitenwijk’ nog een redelijk prettige leefomgeving in stand te houden is sociale samenhang een noodzakelijke voorwaarde. Vandaar dat juist deze mensen zich ongemakkelijk voelen bij de komst van groepen die nadrukkelijk géén deel willen uitmaken van die samenleving omdat ze met genoeg zijn om hun eigen kleine maatschappijtje te vormen, met eigen taal en gewoontes, eigen satelliet-tv, winkels en godshuizen. In dat opzicht zijn ze net zo menselijk als degenen met wie ze het ‘krimpgebied, voorstad of buitenwijk’ delen.

Er is maar één manier om die twee, drie of meer mini-maatschappijen ten opzichte van elkaar te openen. Dat is zoals het op dit moment in Frankrijk gebeurt, namelijk strijd tegen de afbraak.

Op de beelden van de demonstraties, die natuurlijk slechts mondjesmaat in onze media doordringen, zie je mensen in alle kleuren van de regenboog die samen de strijd aanbinden voor een herstel van de sociale samenhang voor iedereen.

Natuurlijk heeft Frankrijk in dit opzicht een rijkere traditie dan wij in Nederland, met onze verzuiling en hokjesgeest. Maar ook hier moet het mogelijk zijn om de lotsverbetering van miljoenen aan de onderkant op de agenda te krijgen. Daarmee snijden we Wilders en zijn vrienden de pas af.