Bij het overlijden van Jules Schelvis–de actualiteit van het Oekraïense fascisme

Max van den Berg

Deze week is Jules Schelvis op 94-jarige leeftijd overleden. Als een van de weinigen overleefde hij het vernietigingskamp Sobibor, wat de rest van zijn leven heeft bepaald. Hij schreef een monumentaal werk over dit kamp, waar ruim 40.000 Nederlandse Joden (onder wie mijn familieleden) omkwamen in de gaskamers.

Jules Schelvis

Zowel in het boek van Schelvis als in het boek Opstand in Sobibor (zie hier voor de gelijknamige film) komt de smerige rol van de Oekraïense SS-bewaking ter sprake. De Oekraïense SS stond onder leiding van Bandera. Deze SS-brigades hielden zich niet alleen bezig met het bewaken van kampen, maar trokken erop uit om in de Poolse dorpen de hele Joodse bevolking uit te roeien. De oorlogsmisdadiger Bandera heeft vanuit bijna onbegaanbare gebieden nog maanden na het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn terreur voortgezet. Eind 1946 vluchtte hij naar West-Duitsland, waar hij later in alle rust overleed. En hoe gaat de Oekraïense regering daar nu mee om?

Zeventig jaar later zijn  in opdracht van de Oekraïense regering in Kiev talrijke straten, pleinen en scholen naar Bandera vernoemd. Deze Oekraïense regering, die een beruchte Jodenmoordenaar en oorlogsmisdadiger als nationale held inhaalt, verdient geen verdrag van samenwerking. Dat heeft de Nederlandse bevolking, dwars tegen politieke bobo’s in, duidelijk onderstreept met het referendum. Met een twee derde meerderheid zijn deze plannen weggevaagd.