‘Wij zijn Dirk van Nimwegen en de stakers van toen veel verschuldigd’

Roel Walraven

Op 25 februari 2016 werd Dirk van Nimwegen, die 75 jaar geleden opriep tot de Februaristaking tegen de jodenvervolging, herdacht bij de plaquette in de Borgerstraat in Amsterdam Oud-West. Hier sprak in aanwezigheid van vele leerlingen van de Annie M.G. Schmidtschool en anderen Roel Walraven, lid van het Comité van Waakzaamheid tegen Herlevend Fascisme.

Vorige week heb ik jullie in de klas verteld over de Tweede Wereldoorlog. Hoe voor Nederland op 10 mei 1945 de oorlog begon. Hoe in de havens van IJmuiden, Scheveningen en Katwijk veel mensen probeerden mee te komen op de overvolle schepen naar Engeland. en hoe velen op de kade moesten achterblijven. Dit waren Nederlandse vluchtelingen voor de oorlog, voor het geweld en voor de dreiging van de dood. Ze kregen in Engeland hulp en steun. Dat doet ons denken aan alle mensen die nu bij ons steun en hulp zoeken.

Wij herdenken vandaag de Februaristaking 1941, die gericht was tegen de vervolging en deportatie van onze joodse landgenoten uit Amsterdam en omgeving. Van hen die niet konden of wilden vluchten.

Het is dit jaar om twee redenen een bijzondere herdenking. De staking is nu 75 jaar geleden – de jongste nog levende stakers waren toen 15 jaar en zijn inmiddels 90 jaar oud. Maar belangrijker nog: juist in deze tijd is het opnieuw nodig om ons te keren tegen racisme en vreemdelingenhaat.

Moedige mensen

Op 24 februari 1941 riep Dirk van Nimwegen op de Noordermarkt, namens de toen illegale communistische partij, op om de volgende dag te staken. Hij en alle arbeiders die de volgende twee dagen massaal het werk neerlegden, waren moedige mensen. Het waren arbeiders: mannen en vrouwen.

Een aantal van hen en ook enkelen uit onze buurt hebben dat met de dood moeten bekopen. Ook hen herdenken wij op deze dag. Ze behoorden tot de twintig mannen en twee vrouwen die na de staking werden opgepakt en tot lange gevangenisstraffen in de concentratiekampen werden veroordeeld.

Van hen keerden de meesten nooit meer terug, onder wie ook vijf moedige buurtgenoten. Dat waren George Röpke van de Jacob van Lennepkade, Pieter Drukker uit de Kinkerstraat, Albert Blumer uit de Eerste Helmersstraat, Cornelis Griffioen uit de Jacob van Lennepstraat en Henk Berk uit de Nicolaas Beetsstraat.

Bewust of onbewust wordt wel eens vergeten hoe bepalend die bijeenkomst op de Noordermarkt voor de Februaristaking is geweest.

Daar was Dirk van Nimwegen, namens de illegale communistische partij, die opriep om de volgende dag te gaan staken. Daar waren de mensen bijeen die de volgende dag op hun werk hun collega’s opriepen om te staken. Daar waren de mannen en vrouwen die het manifest ‘Staakt!!! Staakt!!! Staakt!!!’ mee naar huis namen en het vermenigvuldigden. Daar waren de mensen uit de buurten die de volgende dag voor de remises van de tram stonden om de trammannen te ondersteunen die in het bedrijf opriepen tot staken. Daar stonden de mensen die het organisatorische hart waren van de staking van de Amsterdamse arbeiders.

De staking die zij aanvoerden was een daad van solidariteit met mensen in nood en een daad van strijd tegen een systeem dat haat, vervolging, oorlog en vernietiging heeft voortgebracht.

Laten wij vandaag niet vergeten dat de NSDAP, de partij van Hitler, de mensen met mooie en sociale praatjes naar de stembus lokte die Hitler zo via verkiezingen aan de macht brachten. Laten wij ook niet vergeten wat er daarna gebeurde. De jodenvervolging in Duitsland begon met uitsluiting, het ingooien van ramen, het in brand steken van winkels en andere joodse bezittingen.

Zo ging het in de jaren 1930 in Duitsland, en later tijdens de bezetting ook in ons land. Het waren niet alleen de joden die blootstonden aan de terreur. Het waren ook homoseksuelen, zigeuners, communisten, socialisten en alle anderen die zich verzetten tegen dit onmenselijke regime.

Er waren er, die de jaren voorafgaand aan de Duitse bezetting al Duitse antifascisten in huis hadden die weggevlucht waren uit hun land. Zij kregen onderdak, vaak in kleine woningen met veel kinderen. Solidariteit met onderdrukten en vluchtelingen, strijd tegen fascisme en racisme – dat alles stond in die dagen hoog in het vaandel van de arbeiders.

Waarom is deze herdenking vandaag zo bijzonder? Omdat er opnieuw vluchtelingen zijn. Mannen, vrouwen en kinderen vluchten voor vervolging, oorlog, bombardementen en een zekere dood. Ze vluchten ver weg van hun land, over zee, wat al duizenden van hen het leven heeft gekost. Soms laten ze familie achter. En ze komen hier ontheemd aan, op zoek naar een nieuwe toekomst.

Ook eerder was Nederland al een toevluchtsoord voor mensen uit andere landen. Rond 1600 kwamen de Portugese joden massaal naar ons land, gevlucht voor de Spaanse en Portugese katholieke inquisitie. Een eeuw later kwamen ook de Poolse joden, gevlucht voor het antisemitisme en de terreur.

Ze leerden onze taal en voegden er nog vele woorden aan toe. Ze werkten in de mijnen en in de handel. Ze verrijkten met hun kennis onze wetenschap, vestigden zich in onze steden en namen de Nederlandse nationaliteit aan. We leerden ze kennen als onze buren en collega’s.

We wisten vaak niet dat ze joods waren. Dat merkten we pas toen ze verplicht de ster op hun kleding moesten dragen. Toen de fascisten ‘onze’ joden aanvielen, brak er dan ook aan alle kanten weerstand uit, die leidde tot de Februaristaking. Amsterdammers staakten, niet voor hun eigen belang maar uit solidariteit met hun joden. Solidair met de onderdrukten met gevaar voor eigen leven. Het is goed en nodig om vandaag aan die dappere mensen van toen te herinneren, aan Dirk van Nimwegen en aan de tienduizenden stakers.

De noodzaak van solidariteit

Vandaag wordt er ook van ons moed en solidariteit gevraagd. We mogen geen nieuw antisemitisme toestaan. We mogen niet toestaan dat anderen moskeeën in brand steken, ruiten bij vluchtelingen ingooien, gemeenteraadsvergaderingen over opvangcentra verstoren, politici bedreigen, auto’s in brand steken en varkens bij asielzoekerscentra opgehangen. En we mogen ook niet toestaan dat mensen die voor ondraaglijke toestanden in eigen land vluchten, hier opnieuw worden bedreigd.

Er is niet alleen hulp nodig. Er is ook weerstand en verzet nodig tegen degenen die dit aanrichten.

Natuurlijk zijn er angst en onbegrip, als in een kleine gemeenschap plotseling vele honderden mensen worden geplaatst met een vreemde taal en een andere cultuur. Dan voelen mensen zich overvallen. Ze zien de beelden van de tv voor zich, van onmenselijke daden in de landen waar de vluchtelingen vandaan komen. En ze zien het ontbreken van en de minachting voor vrouwenrechten. Die ongerustheid en vaak angst moet worden onderkend.

 

Maar ze worden misbruikt door lieden met andere bedoelingen en met racistische en fascistische kenmerken, zoals door de Nederlandse Volksunie. Ze worden ook misbruikt door Wilders, die spray uitdeelt aan vrouwen om ze zogenaamd te beschermen tegen aanranding. Maar hij zorgt er wel voor dat bij alles wat hij doet de pers aanwezig is, en is nadat de plaatjes geschoten zijn snel weer vertrokken. Wilders stimuleert de vreemdelingenhaat tegen de vluchtelingen en verspreidt deze met zijn verhalen als een stinkende besmetting over ons land.

De stakers van februari 1941 hadden de moed om zich te verzetten. Ze wisten dat hun leven gevaar liep, maar ze liepen strijdliederen en vaderlandse liederen zingend vanaf de Jan Pieter Heijestraat naar het centrum van de stad. Ze zongen van solidariteit en vrijheid.

En wat doen wij in deze dagen, nu ons leven weliswaar nog geen gevaar loopt maar de gevaren opnieuw op de loer liggen? Zijn we moedig, net als Dirk van Nimwegen en de stakers van toen? Of kijken we toe en laten we het gaan? Pikken we het dat om ons heen mensen dit gedrag goedkeuren? Of bestrijden we ze?

Wij zijn Dirk van Nimwegen en de stakers van toen veel verschuldigd. Zij hebben ervoor gezorgd dat onze stad het devies Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig aan haar stadswapen mocht toevoegen. Daar zijn we trots op. Het heeft geholpen ons de vrijheid te geven.

En wij moeten dit door ons optreden in ere houden. Dat is onze plicht, om de toekomst van mensen die vluchten veilig te stellen. Als we niet solidair zijn, dan loopt – zoals de geschiedenis uitwijst – ook onze eigen toekomst en die van onze kinderen gevaar. Daarom geldt ook vandaag voor allen die racisme, vreemdelingenhaat en fascisme willen bestrijden:

Voorwaarts en niet vergeten, de solidariteit!