Waarom links geen antwoord meer heeft op Wilders

Hans van Zon

Enkele tientallen grote ondernemers hebben een comité gevormd dat een beeld moet vormen van de toekomst van Nederland en dat moet bezien hoe het land verbeterd kan worden (Het Financieele Dagblad, 7 november 2015).

Hier hoef je bij de linksliberalen – D66 en grote delen van de PvdA en GroenLinks – niet mee aan te komen, omdat zij het ‘vooruitgangsgeloof’ hebben afgeschaft. De maakbaarheid van de samenleving zou immers een achterhaald idee zijn. Er zou hoogstens plaats zijn voor wat knutselen in de marge en alleen het individu, losgemaakt van zijn sociale wortels, zou nog maakbaar zijn.

Postmodernisme

In het DNA van de linksliberalen is een verwaterd postmodernisme doorgesijpeld, ook al hebben ze Foucault (foto) of Derrida zelden in handen gehad. Volgens de postmoderne filosofen hebben de ‘Grote Verhalen’ – de ideologieën of omvattende theorieën van het moderne tijdperk, die van de Verlichtingsdenkers een primitief vooruitgangsgeloof zouden hebben overgenomen – geleid tot de catastrofes van de twintigste eeuw. Met ‘socialisme’ hoef je bij hen dus niet meer aan te komen.

Maar door dat alles zijn de linksliberalen theoretisch én praktisch tandeloos gemaakt.

Sommige postmodernen willen alle ismen afgeschaft zien en hebben het post-ideologische tijdperk afgekondigd. Ze miskennen daarbij dat ook het postmodernisme en het neoliberalisme (bedekte) ideologieën zijn, die zich evengoed op wetenschap beroepen. Het grote verschil met de ismen van de vorige eeuw is dat ze geen partijen hebben en dat hun ideologie niet gecodificeerd is. Nieuw bij deze ideologieën is ook de ontkenning van elke betekenishorizon, waardoor het postmoderne superrelativisme een moreel nihilisme impliceert. Al het normatieve wordt als repressief ervaren. Het is verboden om te verbieden.

De grote vondst van postmoderne filosofen is dat de Waarheid niet bestaat. Wetenschappelijke theorieën zijn ‘verhalen’ geworden en deze hebben dezelfde status als andere, niet-wetenschappelijke verhalen. Er mag geen hiërarchie van verhalen zijn.

Ook op het gebied van de kunsten wordt elke hiërarchie afgebroken. Alle uitdrukkingen van menselijke creativiteit zijn kunst; geen verschil meer tussen rap en Bach. En natuurlijk is ook het ‘verheffen van de arbeiders’ door de socialistische beweging achterhaald en elitair; alle dode schrijvers zijn al van de literatuurlijsten van middelbare scholen gehaald.

Van traditioneel links zou een van de fouten zijn dat het zich op de klassenstrijd richt, terwijl tegenstellingen op andere gebieden minstens zo belangrijk zouden zijn. Er werden nieuwe underdogs gevonden: vrouwen, etnische minderheden en nu de transgenders. Zo is het solidariteitssentiment een substituut geworden voor maatschappijanalyse en het machtsvraagstuk naar de achtergrond gedrongen.

Het overgeleverde analytisch repertoire van de arbeidersbeweging (de Grote Verhalen) zou overboord kunnen; we concentreren ons nog slechts op linkse waarden als solidariteit en mensenrechten. Ook op het gebied van deze waarden zou er trouwens geen hiërarchie mogen zijn, omdat ze context- en cultuurgebonden zijn.

Cultuurrelativisme

Het postmodernisme heeft ook tot cultuurrelativisme geleid. Zo zou het integratieprobleem van de Marokkaanse gemeenschap gereduceerd zijn tot een sociaal klassenprobleem of discriminatieprobleem, en de culturele component hiervan lange tijd miskend zijn. Minderheidsculturen moeten beschermd worden! Bij sommige destructieve aspecten van die culturen konden linksliberalen zo de andere kant op kijken. Maar leidt dit niet tot segregatie in plaats van integratie?

De nieuwe culturele gevoeligheid van de linksliberalen heeft direct bijgedragen tot het afzwakken van de oude sociale gevoeligheid. Zou de Marokkaanse gemeenschap echter niet méér gebaat zijn bij een verhoging van het minimumloon dan bij het benoemen van de islam tot een van de wortels van de Europese beschaving?

Culturen mogen in het postmoderne gedachtegoed alleen beoordeeld worden door zichzelf. Voor velen ter linkerzijde geldt dit overigens niet voor onze eigen cultuur, waaraan we ons juist moeten zien te ontworstelen. Dat anderen dit vanuit hun cultuur ook zouden moeten doen om tot een werkelijke samenleving te komen, wordt daarentegen als een misdaad gezien.

Het is ook moeilijk geworden om in Nederland over een dominante cultuur te spreken. We zijn – ondanks de explosie van het aantal musea – vervreemd geraakt van ons eigen verleden. De illusie dat onze wereld gecreëerd is door onszelf-als-individuen heeft het ‘ik’ bevrijd van het ‘wij’.

In het neutrale liberalisme dat de linksliberalen voorstaan, waarbij het recht de samenleving bij elkaar moet houden, verdwijnen sociale cohesie en de publieke zaak naar de achtergrond. Er is een authenticiteitscultuur ontstaan waarbij plaats gemaakt moet worden voor iedere subcultuur, maar zo wordt de samenleving een optelsom van subculturen zonder een gemeenschappelijk dak.

Wat heeft dit met de opkomst van extreemrechts te maken? Alles, omdat de linksliberalen mede onder de invloed van het postmodernisme geen perspectief meer kunnen bieden voor de oplossing van grote maatschappelijke vraagstukken.

Wilders kan zo voor open doel inschieten.