In Portugal mag een linkse meerderheid niet regeren. De euro gaat voor!

(redactie)

In Griekenland mocht Syriza nog een regering vormen, al is de ‘Griekse lente’ wel van erg korte duur geweest. In Portugal is links met een meerderheid uit de verkiezingen gekomen, maar zij mag zelfs die stap niet zetten.

Premier Pedro Passos Coelho, wiens rechtse coalitie 28 zetels verloor en bleef steken op 38,5 procent van de stemmen, betaalde daarmee de prijs voor de brutale aanpassing van lonen en pensioenen en de draconische bezuinigingen die Portugal opgelegd kreeg door de ‘Troika’ van IMF, Europese Commissie en Europese Centrale Bank.

Passos Coelho had eerder de aandacht getrokken met zijn uitspraak dat de levensstijl die ter wille van de euro aan de Portugese bevolking is opgelegd, zo lang moet worden volgehouden dat de mensen niet beter weten dan dat dit het normale leven is.

De kiezers dachten daar anders over en de linkse partijen, Socialisten, Communisten en Onafhankelijk Links, haalden samen 50,7 procent van de stemmen en daarmee de meerderheid in de Portugese assemblee.

Maar nu heeft president Anibal Cavaco Silva geweigerd de vorming van een linkse regering toe te staan.

Hiermee is in Europa een belangrijke grens overschreden. Want hoewel de Syriza-regering bij haar aantreden direct in de houdgreep werd genomen door de eurogroep, en het eerdere aftreden van Papandreou in Griekenland en Berlusconi in Italië eveneens door Europese manoeuvres werd afgedwongen (beiden werden vervangen door ‘technocraten’ die eerder bij Goldman Sachs collega’s waren geweest van ECB-president Draghi), is wat nu in Portugal is gebeurd, niet eerder vertoond.

‘Grondslagen van de democratie’ tegen de democratie

President Anibal Cavaco Silva baseerde zijn formele weigering om de linkse meerderheid toe te staan een regering te vormen met een verwijzing naar de ‘grondslagen van de democratie’. In 40 jaar democratie, aldus de president, heeft geen enkele Portugese regering op anti-Europese krachten gesteund, de NAVO willen opheffen of haar schuldverplichtingen niet willen voldoen. Dit zijn dus ‘de grondslagen van de democratie’, en volgens Cavaco Silva is het nu het slechtste moment om die ‘radicaal te veranderen’.

In werkelijkheid hebben de radicale krachten binnen het linkse blok deze eisen (ook die van her-nationalisering van geprivatiseerde staatsondernemingen) juist ingeleverd ter wille van de coalitie met de Socialistische Partij. Die wil zich onder leiding van Antonio Costa beperken tot investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Maar dat is al een vloek voor de euro-autoriteiten, die voortzetting van ‘de hervormingen’ eisen. De president is het daarmee eens. Na alle offers die al zijn gebracht, ziet hij het als zijn taak om ‘te verhinderen dat er verkeerde signalen uitgaan naar de financiële instellingen, investeerders en markten’.

Dus moet de democratie wijken.

Volgens de Portugese grondwet kunnen pas in de tweede helft van volgend jaar nieuwe verkiezingen worden gehouden, en in de tussentijd zal de rechtse minderheidsregering het regeren onmogelijk worden gemaakt door de assemblee. Maar de ‘markten’, dus de beleggers lijken zich nog weinig zorgen te maken, want de ECB zorgt ervoor (door geld bij te drukken) dat Portugal niet in acute betalingsproblemen komt. Tegelijkertijd spannen de rechtse regering en de media (ook die bij ons) zich in om het verhaal van een ‘Portugees herstel’ overeind te houden.

Maar hoewel Portugal niet meer onder direct toezicht van de Troika staat, is de economische situatie rampzalig. Met een totale schuld (bedrijven en huishoudens alsmede staatsschuld) van 370 procent van het bruto nationaal product staat het land er slechter voor dan Griekenland.

Alleen het IMF, dat in dit opzicht (ook ten aanzien van Griekenland) altijd een slag realistischer is dan de euro-autoriteiten, waarschuwt ervoor dat de alom toegejuichte groeicijfers berusten op het door-exporteren van eerder geïmporteerde goederen en daarom geen werkelijke economische verbetering aangeven.

Links voortaan buitengesloten

In de Britse Telegraph (die natuurlijk weinig opheeft met het euro-project) concludeerde Ambrose Evans-Pritchard op 23 oktober jl. dat de opvatting dat links geen recht heeft om aan de macht te komen en daarvan met alle middelen moet worden afgehouden, bedenkelijke overeenkomsten vertoont met de eerdere geschiedenis van zowel het Iberisch schiereiland als Latijns-Amerika: ‘De Europese socialisten staan voor een dilemma. Eindelijk beginnen ze de onplezierige waarheid onder ogen te zien dat de monetaire unie een autoritaire rechtse onderneming is die van de democratische halsband is losgeschoten. Maar als ze op enigerlei wijze naar dit inzicht willen handelen, lopen ze het risico dat hun verhinderd zal worden aan de macht te komen.’

In Nederland zijn we ons van deze dreiging misschien niet zo bewust omdat onze eigen ‘socialist’ Dijsselbloem de uitvoerder is van het euro-dictaat. Maar na het Syriza-debacle in Griekenland is met de weigering om in Portugal een linkse meerderheid de regering te laten vormen, opnieuw een belangrijke stap op weg naar de afschaffing van de democratie in de EU gezet.