Lezing Evelyne Pieiller over opkomst uiterst rechts in Europa

(redactie)

Op vrijdag 25 september jl. gaf Evelyne Pieiller een lezing aan de Alliance Française in Den Haag onder de titel ‘Geert Wilders, Marine le Pen etc. Opkomst van het populisme in Europa. Stemt men op uiterst rechts terwijl men meent de waarden van links te verdedigen?’

Pieiller is lid van de redactie van Le Monde Diplomatique, een van de laatste media in Frankrijk die niet het speeltje van een miljardair zijn (zoals bv. het dagblad Le Monde waar de ‘Diplo’ oorspronkelijk uit afkomstig was en dat sinds enkele jaren bezit is van Xavier Niel, de op zes na rijkste man van Frankrijk). Dankzij een grote gift van een in Latijns Amerika woonachtige Duitser, Günther Holzmann, hebben de ‘Vrienden van Le Monde Diplomatique’ een aandeel dat voldoende is om de onafhankelijkheid te garanderen. De lezing in Den Haag was de eerste bijeenkomst van de ‘Vrienden…’ in Nederland.

In het Berlage-kantoor van de AF aan het Kerkplein betoogde Evelyne Pieiller dat het opnieuw populaire idee van een maatschappij van kleine (cultuur-) gemeenschappen niet alleen perfect is toegesneden op ‘de markt’ maar, al even onbedoeld, ook de deur open zet voor extreem rechts.

Na de val van de Berlijnse Muur kreeg ‘extreem’ een nieuwe betekenis, aldus Pieiller. Het duidde op die stromingen aan beide uiteindes van het politieke spectrum waar men buiten het redelijke midden staat en ‘utopieën’ najaagt. In het referendum over de Europese Grondwet in 2005 werden degenen die tégen stemden, weggezet onder deze noemers (utopisch, extreem), nog aangevuld met ‘populistisch’, hetgeen als term aanduidt dat men slecht opgeleid en (indien wel opgeleid) slecht ingelicht is.

Het Front National wint stemmen onder traditioneel links, zowel onder intellectuelen als in de vakbond CGT. Frankrijk kent een lange traditie van ‘revolutionair rechts’, het is niet zomaar een kwestie van ultra-conservatisme. Men is echt in verzet: tegen ‘de elites’, tegen de decadente burgerlijke wereld, tegen een wereld zonder grandeur. Daartegenover staat de soevereine natie, het vaderland dat uitgaat boven het individu.

‘Links fascisme’ jaren dertig

In de jaren dertig waren er veel aanvankelijke linkse figuren zoals Déat, Doriot, en anderen (in België de invloedrijke Hendrik de Man), die opschoven in deze richting. Ze wezen het kapitalisme af maar via bv. het antisemitisme. Het kapitaal als een vreemde orde waartegen de gezonde natie moet worden verdedigd. De bestaande democratie was daartoe niet in staat.

De ideologische wortels hiervan gaan terug naar Proudhon (1809-1865) en naar Rousseau (1712-1778). Zij wilden een maatschappij van kleine gemeenschappen die bestuurd en verdedigd kunnen worden door degenen die er deel van uit maken en elkaar kennen. In de jaren 30 kwam men zo uit bij het corporatisme (de economie van produkt- en bedrijfsschappen van de nazi’s, die in Nederland gehandhaafd bleef tot de jaren zestig, toen de klassentegenstellingen weer terugkeerden).

Deze utopie van kleine gemeenschappen is opnieuw enorm populair, vooral bij jongeren. Science fiction en computerspelletjes verbreiden het beeld van een ecologische samenleving van kleine groepen, waarin de mensen elkaar vertrouwen op grond van een veronderstelde algemene goedheid van de mens.

De bestaande democratie wordt afgewezen; kapitalisme en liberalisme bestreden vanuit de gedachte dat vrouwen, jongeren en minderheden hun eigen identiteit en rechten hebben die moeten worden verdedigd.

‘Links en rechts bestaan niet meer’

De realiteit van conflict, in het bijzonder klassenconflict, wordt niet erkend. Dit werkt een de-politisering in de hand (‘links en rechts bestaan niet meer’). Het enige waar het nog om gaat is ‘respect’ te tonen voor anderen, dan komt het allemaal goed.

Dat de grondslagen van ons bestaan elders worden bepaald, bv. op het niveau van de Europese Unie, wordt niet meer waargenomen.

De socialisten van Hollande werken aan deze trend mee door identiteitspolitiek de voorrang te geven boven klassenbelangen, alsook door de regionalisering die de gecentraliseerde staat onderuit haalt en de deur openzet voor lokale vriendjespolitiek. Maar de staat is de garantie voor de democratie, als burger hoef je elkaar nu juist niét te kennen. De Verlichting was gebaseerd op de rationaliteit van alle mensen, vandaar het algemeen onderwijs en kiesrecht. Niet op kleine gemeenschapjes.

Want wat is er mooier voor ‘de markt’ dan groepen die zich verschansen achter hun eigen identiteit en behoeften waarop dan kan worden ingespeeld?

Op de vraag uit de zaal hoe het kan dat eerdere immigrantengroepen helemaal ver-Franst zijn maar de huidige generatie Noordafrikanen niet meer, antwoordde Evelyne Pieiller dat je daar het effect ziet van hoe jongeren zich nu bewust worden van hun identiteit. Ze zijn geen arbeider of student meer, maar ‘Arabier’ of ‘Moslim’ en de vraag of een Arabische miljonair en iemand uit de banlieue eigenlijk geen tegengestelde belangen hebben, wordt niet meer gesteld.

Uiterst rechts stelt daar het verdedigen van de natie en de kritiek op het kapitalisme tegenover, maar op de manier van extreem rechts in de jaren dertig, nl. een heroïsch nationalisme dat anti-liberaal, tegen vreemde indringers, en tegen de waarden van de Verlichting is.

De situatie is ongekend gecompliceerd, aldus Evelyne Pieiller. Ze haalde ook nog het schokkende beeld aan van het ventje dat dood in het water ligt. De vraag wie verantwoordelijk is voor de oorlogen in het Midden Oosten komt niet meer aan bod. ‘De mensen huilen om de gevolgen van oorzaken die ze eerst goedkeuren’.