Fascisme als éénmalig fenomeen?

Kees van der Pijl

In de voorbereidingsperiode van ons Comité kreeg ik van een van onze medestanders het advies om Anatomy of Fascism van Robert Paxton te lezen. Paxton, die zijn reputatie dankt aan een studie over het Vichy-regime ten tijde van de nazi-bezetting van Frankrijk, heeft met dit boek opnieuw een degelijke studie afgeleverd. Het is ook nog eens vlot geschreven. Hoe komt het dan toch dat ik wantrouwig word als ik op de kaft juichende aanbevelingen lees van de New York Times, de Washington Post en de Engelse Economist?

World War II: Before the War - The Atlantic

Het beste in Anatomy of Fascism zijn wat mij betreft de stukken over de opkomst van Mussolini. Vooral hoe de Mars op Rome in 1922, die het Italiaanse fascisme aan de macht bracht, een verregende toestand was waarbij de Duce zelf met een koffertje in Milaan was achtergebleven om snel naar Zwitersland te kunnen vluchten als het mis ging. Koning Victor Emmanuel III weigerde op advies van de rechtse legerleiding het decreet voor de noodtoestand te tekenen om de fascisten te kunnen tegenhouden en zo kwam Mussolini ten slotte ‘legaal’ aan de macht. Net als Hitler in 1933.

Er zijn echter twee elementen die wat mij betreft tégen het boek spreken.

Bedrijfsleven

Mijn eerste bezwaar is dat Paxton het fascisme als een éénmalige historische ervaring ziet. Na de aardbeving van de Tweede Wereldoorlog zouden er weliswaar nog wat na-schokken zijn geweest, maar die zouden in niets lijken op het grote bloedbad van vóór 1945.

Volgens Paxton zou in het huidige extreem rechts—dus de Italiaanse MSI, het Front National en het Vlaams Blok (Wilders was er nog niet, hij heeft het nog over ‘Pym Fortuyn’)— ‘de aanval van het klassieke fascisme op de vrijheid van de markt en op het economisch individualisme’ volstrekt ontbreken. Maar wie waren dan degenen van wie Mussolini en Hitler de macht overgedragen kregen? Dat waren toch de conservatieve heersende klassen die zèlf bereid waren tijdelijk de markt aan banden te leggen om de arbeidersbeweging te kunnen verslaan?

Paxton beweert dat de stelling dat de opkomst van het fascisme gefinancierd werd door het grote kapitaal, een ‘orthodox marxistische fictie’ zou zijn. Helaas voor hem is die steun uitvoerig gedocumenteerd, ook door diegenen die er later zelf spijt van kregen, zoals de staalmagnaat Fritz Thyssen (I Paid Hitler).

Zeker, dit thema is het meest uitgebreid onderzocht in de communistische DDR. Wat was er ook mooier dan te laten zien dat de bedrijven die in West-Duitsland nog altijd de economische macht hadden, de opmars van Hitler hadden gesteund, en dat toen de nazi’s eenmaal aan de macht waren het héle Duitse bedrijfsleven zich achter de Führer schaarde!

Maar ook een sociaal-democraat zoals de naar de VS uitgeweken Franz Neumann, die beroemd zou worden met zijn boek Behemoth, schreef al direct in 1933: ‘Het Duitse nationaalsocialisme is niets anders dan de dictatuur van het monopoliekapitaal en het grootgrondbezit die zich verschuilt achter het masker van een standenstaat’.

Paxtons verklaring dat Hitlers schier onbeperkte financiële middelen afkomstig waren van kaartverkoop plus een paar excentrieke miljonairs, is écht niet vol te houden.

Geheime diensten

Het tweede bezwaar dat ik na lezing tegen het boek heb, betreft Paxtons verklaring voor de Rijksdagbrand.in februari 1933, die werd aangegrepen voor een ongebreidelde jacht op links.

Hij schrijft daarover dat lang is aangenomen dat de nazi’s deze brand zelf hadden gesticht, maar dat ‘today most historians’ toegeven dat Marinus van der Lubbe het echt alleen heeft gedaan. Dit is geen detail. Het betreft de vraag of clandestiene operaties onderdeel kunnen zijn van rechtse machtsvorming.

Zelf zie ik niet wat ‘most historians’ kunnen inbrengen tegen de gedetailleerde analyses van de Rijksdagbrand—in bijvoorbeeld de geschiedenis van de Gestapo van Jacques Delarue. Delanue belicht ook het verband met de strijd tussen Rijksdagvoorzitter Göring (vanuit wiens ambtswoning de Rijksdag ’s nachts toegankelijk was) en de SA van Röhm (in wiens homoseksuele kringetje in Berlijn ook Van der Lubbe zich ophield).

De Rijksdagbrand leidde tot het verbod van de communistische partij en het proces tegen de Bulgaarse communistenleider Dimitrov, die de rollen wist om te draaien door Görings betrokkenheid aan te tonen.

Machthebbers moeten (delen van) de geheime diensten beheersen om zulke crisissituaties te exploiteren of zelfs te creëren. Na 1945 hebben de Amerikanen met de CIA zo’n apparaat in het leven geroepen en in Indonesië, Vietnam, Chili, maar ook in Italië, is daarvan uitgebreid gebruik gemaakt.

Dat was ook fascisme, maar dat lijkt Paxton niet te willen zien.

Robert O. Paxton, The Anatomy of Fascism. New York: Vintage 2004.