Afbraak van de democratie om bezittende klasse uit de wind te houden

Kees van der Pijl

Wolfgang Streeck is directeur van het Max Planckinstituut voor Maatschappijonderzoek in Keulen en hoogleraar sociologie aan de universiteit aldaar. Met zijn boek Gekaufte Zeit, in de Engelse vertaling Buying Time, levert Streeck een belangrijke analyse van de huidige crisis. Bij iedere poging om uit die crisis te komen zijn volgens hem belangrijke elementen van de naoorlogse democratie afgebouwd. Het einde van de democratie zoals we die gewend zijn, ligt in het verschiet.

Kern van de crisistheorie in Streecks Gekaufte Zeit is de fundamentele spanning tussen kapitalisme en democratie, die na de oorlog een gelegenheidshuwelijk waren aangegaan. Aan het eind van de jaren zestig begon het kapitaal zich echter van deze democratische beperkingen te bevrijden. ‘Ont-democratisering van de economie via ont-economisering van de democratie’, wordt dit proces  genoemd in het boek waarin Streeck zijn Adorno-lezingen heeft uitgewerkt.

Adorno en zijn bekendste leerling Jürgen Habermas hebben geprobeerd na de oorlog de Frankfurter Schule, die door het nazisme in de emigratie gedreven was, weer op te bouwen. Hun crisistheorie beschouwt het kapitaal echter als een apparaat, een institutie. Maar alleen wie inziet dat het kapitaal een sociale kracht is, een ‘agentuur’ die strategisch kan denken en handelen, begrijpt hoe het zich zo’n dertig jaar na de oorlog begint te ontworstelen aan de omklemming van de democratie.

Kapitalisme is geen natuurtoestand, aldus Streeck. Er is altijd sprake van een sociaal contract tussen kapitaal en arbeid, dat zich in wisselende vormen concretiseert.

Zo zagen veel regeerders en ondernemers de wereldwijde golf van wilde stakingen in 1968 en 1969 als uiting van een verwende klasse van loonafhankelijken, die niet wilde opschikken maar nieuwe eisen stelde.

Het kapitaal reageerde hierop door zich uit het naoorlogse sociale contract los te wringen. De bezittende klasse vertrouwde de staat niet meer, die in veel landen in sociaaldemocratische handen was, en begon daarom aan een proces om haar winsten weer op het vooroorlogse niveau terug te brengen. Dat zij daarin ruimschoots is geslaagd, blijkt uit de in het boek opgevoerde statistieken.

Intussen werden nieuwe generaties en meer vrouwen in het arbeidsproces getrokken. Zij vonden in een ‘marktconforme’ economische context iets van hun geïndividualiseerde opvattingen en behoeften terug; het was dus geen eenduidige frontenoorlog. Maar uiteindelijk mochten álle groepen gaan inleveren in de grote herverdeling ten dienste en ten gunste van het kapitaal.

Streeck ziet in dit proces drie fasen: drie vormen van ‘tijd winnen’. In de beide boektitels, Gekaufte Zeit en Buying Time, is dit verwoord als ‘tijd kopen’, want telkens werd er letterlijk geld in de economie gepompt.

In de eerste fase, de inflatie, werd in het decennium na 1968 de sociale vrede gekocht. Deze periode eindigde in stagflatie, dus inflatie plus stagnatie, waarmee duidelijk werd dat dit recept niet meer werkte.

In de tweede fase, van de staatsverschulding, namen de staten krediet op bij private geldschieters. Om bij de oplopende werkloosheid de uitkeringen te financieren, werd er gekort op de sociale voorzieningen. Deze waren eerder in ruil voor loonmatiging uitgebouwd, maar werden nu doorgestreept. Zo werd ook het sociale contract onderuit gehaald, om te beginnen door Clinton in de VS.

In de derde fase, van het privékrediet, werden de loonafhankelijken aangemoedigd om zelf krediet op te nemen om hun consumptie op peil te houden, waaronder ook hypotheken; almede om privéverzekeringen te sluiten om de wegvallende sociale zorg te compenseren.

Elk van deze drie fasen van ‘tijd kopen’ werd begeleid door een verdere inperking van de democratie.

  • De eerste fase door verzwakking van de vakbonden, beperking van het stakingsrecht en een langdurige werkloosheid die nog steeds voortduurt.
  • De tweede in de jaren 90 door ingrepen in de sociale zekerheid en privatisering van openbare voorzieningen.
  • De derde door het aantasten van besparingen, de afbouw van zorgrechten en de afbraak van pensioenrechten.

Daarmee is het evenwicht in de politieke balans in de afzonderlijke staten radicaal verschoven in het nadeel van de loonafhankelijken en ten gunste van de internationale financiële ‘markten’.

In 2008 is dit hele gebouw ingestort. De staten zien zich geconfronteerd met de noodzaak om de opgebouwde schuldenberg te saneren—maar dat laat zich niet meer privatiseren. Wat er bovendien nu zit aan te komen, aldus Streeck, is de definitieve bevrijding van de laatste belemmeringen die aan het kapitaal zijn opgelegd.

Het boek behandelt de Eurocrisis in detail. Hoewel het is uitgekomen vóór het aantreden van de Syriza-regering en het volksreferendum in Griekenland, wijst het met vooruitziende blik op het belang van nationale democratische uitspraken tegen de financiële markten die afzonderlijke staten in de greep hebben.

Streeck, Wolfgang. 2013. Gekaufte Zeit. Die vertagte Krise des demokratischen Kapitalismus [Frankfurter Adorno-Vorlesungen 2012]. Frankfurt: Suhrkamp.