Voor de Grieken is dictatuur mooi genoeg

Kees van der Pijl en Ewout van der Hoog

Onder de kop ‘Griekenland heeft dictatuur nodig’ schrijft Harry Verbon, hoogleraar Openbare Financiën aan de Universiteit van Tilburg in de Volkskrant van 27 augustus jl.  dat EU-lidstaten die financiële steun van de EU ontvangen, daarvoor ‘democratie moeten inleveren’. Dat Griekenland op 20 september weer naar de stembus mag, wijst hij van de hand. 190 jaar Griekse geschiedenis heeft immers volgens Verbon aangetoond dat ‘democratie de Griekse staatskas geen goed doet’. Met één uitzondering: ‘Onder het dictatoriale kolonelsregime (1967-1974) blijft de schuld heel ongrieks zelfs nagenoeg constant. Na het herstel van de parlementaire democratie (…) in 1974 gaat het weer mis.’

In Tilburg is de rekensom dan gauw gemaakt: terug naar de dictatuur! (Op de foto de laatste keer dat de stad daarvan bevrijd werd).

Deze gedachtegang en het feit dat de redactie het wel nuttig vond deze opinie de ruimte te geven (maar onze reactie niet), maken duidelijk dat de optie om de voortdurende economische crisis op te lossen door de bevolking aan een fascistisch regime te onderwerpen, niet alleen leeft in de kringen van Gouden Dageraad in Griekenland. Deze partij, die onder toeziend oog van de politie stalletjes van Afrikaanse handelaren in Athene in elkaar slaat en die met de uit de hand gelopen instroom van migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten nieuwe kansen krijgt, moet daarom niet als een randverschijnsel worden beschouwd.

Immers, iémand zal de dictatuur die door onze Tilburgse geleerde wordt bepleit, in de praktijk moeten brengen en de straatvechters van Gouden Dageraad leveren daarvoor het voetvolk.

En hoe zit het met de top?

Als de dictatuur moet worden ingesteld om de staatsfinanciën, dus de economie, de wet aan de maatschappij te laten voorschrijven, moeten er in de heersende klasse van Griekenland aanwijsbare groepen zijn die hiervan gaan profiteren. Zelfs de militairen en de geheime dienst KYP die in 1967 met rugdekking van de NAVO de macht grepen in Operatie Prometheus, waren tenslotte maar uitvoerders.

Achter de schermen waren andere betrokkenen actief, zoals de Esso-Pappas-groep, wier belangen zich naast energievoorziening uitstrekken tot de Griekse staalindustrie, en de legendarische reders Onassis en Niarchos. Een van de eerste maatregelen van de junta in 1967 was het in de grondwet vastleggen dat de reders van belasting vrijgesteld waren. Als dank daarvoor kozen de scheepsmagnaten, die nog altijd 15 procent van de wereldhandelsvloot in eigendom hebben, de leider van de coup en de junta, Papadopoulos, in 1972 tot president voor het leven van de Griekse redersvereniging.

In 1975 werd in een rapport voor de Trilaterale Commissie over de crisis van de democratie door de auteurs (o.a. Samuel Huntington) gepleit voor een verkleining van het aantal onderwerpen waarop burgers de overheid kunnen aanspreken. Dit was het makkelijkst te realiseren door ‘de economie’ geheel buiten de politiek te plaatsen. Door toekenning van zgn. Nobelprijzen (in werkelijkheid prijzen van de Zweedse Centrale Bank, die er de naam van Nobel aan mag verbinden als ze zelf de prijs uitkeert) kon de gedachte postvatten dat je over de economie niet kunt stemmen, net zomin als het bij verkiezingen gaat over natuurkunde of biologie. Economie zou net als deze gebieden voorbehouden zijn aan experts en niet langer onderwerp van de parlementaire democratie zijn.

Een van die experts doceert in Tilburg en is allerminst tevreden met deze afbakening. De hoogleraar Verbon wil zich immers niet beperken tot economische deskundigheid (waavan hij in het opiniestuk verder weinig blijk geeft), hij wil ook democratiedeskundige zijn.

Hij komt daarom met de logische conclusie die in 1975 eigenlijk al in het rapport van Huntington c.s. lag besloten: als de economie lijdt onder de democratie, dan moet die democratie worden afgeschaft.

Dat men anno 2015, midden in een economische crisis die niet weggepraat kan worden, ook in Nederland openlijk speculeert over de mogelijkheid van dictatuur, herinnert eraan dat democratie geen vanzelfsprekendheid is. In Griekenland niet, maar ook niet bij ons.