Peter Dale Scott schetst onrustbarende opkomst van schaduwstaat in Amerika

Kees van der Pijl

Peter Dale Scott is een Canadese diplomaat die al decennia hoogleraar is aan de University of California in Berkeley. Ik volg zijn werk sinds een aantal jaren en ken zijn meest recente boeken—Cocaine Politics (over Iran-Contra, met Jonathan Marshall, 1991), Deep Politics and the Death of JFK (1993), The Road to 9/11 (2007), en American War Machine (2010), een kleine greep uit een omvangrijk oeuvre.

Scotts nieuwste boek, The American Deep State, is net uitgekomen (in januari 2015) en na lezing kan ik alleen maar concluderen dat het, ondanks vele overlappingen met eerder werk, de kroon is op dat werk. Wat is er zo goed aan?

Na de Koude Oorlog—vrede?

Voor ons in het Comité van Waakzaamheid hier in Nederland herinnert dit boek eraan dat rechts-extremisme en agressieoorlog anno nu zich niet langer in het schema van het fascisme van de jaren 30 laten passen. Na de Tweede Wereldoorlog erfde de Verenigde Staten de strijd tegen het Sovjet-communisme en zo kon het na de Westerse ‘overwinning’ in de Koude Oorlog in 1991 er even op lijken alsof we inderdaad om met Fukuyama te spreken, het ‘einde van de geschiedenis’ meemaakten. Het leek immers nog maar een kwestie van tijd of de hele wereld zou omgebouwd zijn volgens neoliberaal economisch model en parlementair-demokratisch geregeerd worden.

Al binnen enkele jaren werd dit naïef-optimistische toekomstbeeld onderuit gehaald door Samuel Huntington met zijn stelling van een Botsing der Beschavingen. Het Joods-Christelijke Westen zou volgens Huntington onvermijdelijk in conflict komen met het Slavisch-Orthodoxe Oosten, met Confucianistisch Azië, en met de Islam. Deze vermeend existentiële strijd was uiteraard goed nieuws voor wat nog altijd het best als het militair-industrieel complex wordt aangeduid. Want toen de Soviet-Unie instortte was de vrees dat de miljarden van de defensiebegroting zouden wegsmelten richting sociale voorzieningen, zoals o.a. in die dagen werd voorgesteld door Senator Ted Kennedy, alleszins gewettigd.

NAVO-opperbevelhebber Generaal Wesley Clark beschrijft in zijn memoires, aangehaald door Scott in dit nieuwe boek, dat Paul Wolfowitz, een van de haviken in het Pentagon, hem in 1991 voorhield dat Washington militair kon ingrijpen waar het wilde omdat er geen macht meer was om de VS tegen te houden. Amerika, aldus Wolfowitz, zou vijf tot tien jaar hebben om alle voormalige cliënten van de Sovjet-Unie in het Midden Oosten (Syrië, Iran, en Irak) onschadelijk te maken. Pas dan zou de aandacht weer worden opgeëist door een nieuwe machtige uitdager (geciteerd in Scott, p. 84).

Inmiddels leven we in een wereld die gekenmerkt wordt door wat Scott noemt zichzelf in stand houdende oorlogen, zoals de Oorlog tegen de Drugs in Colombia en Mexico met zijn dodentallen in de tienduizenden, en natuurlijk de Oorlog tegen de Terreur, die ook steeds meer terroristen voortbrengt. In The American Deep State gaat Scott meer dan voorheen in op de ontwikkeling van een gezwel-achtige schaduwstaat die naar zijn oordeel in de aanslagen van 11 september 2001 de macht aan zich heeft getrokken. De noodtoestand die toen door George W. Bush werd uitgeroepen is vandaag de dag nog steeds van kracht. Ze heeft drie bestanddelen, namelijk onbeperkte bespieding van de bevolking (Edward Snowden); opsluiting zonder vorm van proces en marteling van verdachten (denk aan Guantánamo, Abu Ghraib en de CIA-vluchten, alsmede aanvalsoorlogen tegen landen die om de één of andere reden als bedreiging van de Amerikaanse nationale veiligheid worden beschouwd).

Kon een oorlog als die in Vietnam nog eindigen met een herbezinning, de vraag of een conflict dat tussen twee en drie miljoen doden had veroorzaakt het ‘waard was geweest’, inmiddels heeft de schaduwstaat die met Wall Street, de oliemaatschappijen, het leger en de inlichtingendiensten verweven is (met uitzaaiingen in de onderwereld en de media), de Amerikaanse maatschappij zozeer in de greep dat zulke vragen de publieke sfeer niet meer bereiken.

Samenzweringstheorieën

Werk zoals dat van Scott wordt vaak afgedaan als ‘samenzweringstheorie’, een dooddoener voor onthullingen die de officiële lezing van terreuraanslagen en politieke moorden in twijfel trekken. En laat er geen misverstand over bestaan: ‘9/11’ en soortgelijke gebeurtenissen hebben, doordat de officiële verklaring zo ongeloofwaardig is, even ongeloofwaardige alternatieve theorieën in omloop gebracht. De lezer dáárvan zal zich vaak, al is het maar voor de gemoedsrust, neerleggen bij de officiële versie. Het is tenlotte moeilijk te accepteren dat degenen die ons regeren bewust de zaken verdraaien, of sterker nog, zèlf de hand zouden kunnen hebben gehad in enkele van de meest gruwelijke misdaden van onze tijd.

Scott loopt voor deze heikele kwesties echter niet weg en hij verliest zich evenmin in fantasie-verhalen. Integendeel, veel hobby-onderwerpen van echte samenzweringstheoretici worden gelaten voor wat ze zijn om niet af te leiden van de hoofdzaak. En die hoofdzaak is dat zich in onze maatschappij, de VS en Groot Brittannië op de eerste plaats, maar vertakt ook tot in Nederland, een complex van krachten heeft ontwikkeld dat de democratie aan banden legt zonder dat dit onderdeel is van het openbare debat in de politiek en de media. Dat is het grote gevaar anno nu, en dan kunnen we in het midden laten of dat nu aangeduid moet worden met de term fascisme, of een ander etiket.

Voor Peter Dale Scott berust de leugenachtigheid van officiële verklaringen niet zomaar een karakterfout van degenen die ze opstellen. Al in zijn boek over de moord op Kennedy had hij aangegeven dat het onmiddellijk identificeren van een ‘officiële dader’ (Oswald in het geval van Kennedy) de plaats in moet nemen van een uitleg die onvoorzienbare gevolgen kan hebben. Degenen die de aanslag in Dallas in 1963 op touw hadden gezet dan wel ervan op de hoogte waren maar geen alarm sloegen (die grens is vaak al moeilijk te trekken), wilden een oorlog met Cuba uitlokken. Oswald als eenzame dader aanwijzen blokkeerde die route en was dus, in de bestaande machtsverhoudingen, een minder rampzalige koers—ook al was het niet waar. Maar door die onwaarheid, die er zó dik bovenop lag, ontstond een complete JFK-industrie van alternatieve interpretaties, van complete onzin tot de grondige en wat mij betreft onweerlegbare lezing die Scott geeft in zijn boek over Kennedy.

Ook Bin Laden was zo’n officiële dader die onmiddellijk werd aangewezen, omdat het alternatief was om Saoedi Arabië aan te klagen (waar het overigens dezer dagen toch op begint te lijken). Vandaar dat Osama bij de commando-actie in Pakistan ter plaatse werd doodgeschoten, hoewel de leek zou denken, die nemen we mee terug voor verhoor in de VS. Maar net als Oswald een halve eeuw eerder zou hij dan zaken onthullen die men onder geen beding in de openbaarheid wilde hebben.

Scotts boek over de Amerikaanse schaduwstaat is zo rijk aan feiten en analyses dat het moeilijk is hier recht te doen aan de inhoud. Ik heb een samenvatting van 25 pagina’s in het Engels gemaakt voor eigen gebruik, die ik voor geïnteresseerden graag ter beschikking stel (lafe3@sussex.ac.uk).

De schaduwstaat in historisch perspectief

De schaduwstaat is niet een complot dat teruggaat op een aanwijsbare groep, aldus de schrijver. Het is het product van de ontplooiing van gewelddadige macht, een macht die met de mondiale militaire expansie van de Verenigde Staten verbonden is en die zelf een ‘surplus’ aan macht creëert, alsmede de individuen die hem uitoefenen (p. 103). In 1975 waarschuwde Senator Frank Church, die een senaatscommissie had geleid die niet gauw haar gelijke zal krijgen als het gaat om onthullingen van de activiteiten van de schaduwstaat, dat hij ‘het bestaande vermogen om in America een totale tirannie in te stellen, onderkende’ en dat als dit  vermogen (o.a. dat om af te luisteren) niet ingetoomd zou worden, de VS ‘de afgrond over zou steken vanwaar er geen terug meer mogelijk is’. Scott is zo onder de indruk van deze uitspraak dat hij haar twee keer citeert, op p. 1 en op p. 109, en het is niet de enige herhaling in het boek.

De geschiedenis van de schaduwstaat in de VS gaat terug op de ‘Red Scare’ ten tijde van de Russische revolutie, toen de nog jonge J. Edgar Hoover, de latere FBI-baas, aan zijn carrière begon. Het oppakken van honderden van linkse sympathiën verdachte personen in samenwerking met door Amerikaanse bedrijven betaalde knokploegen, alles zonder vorm van proces en zelfs zonder de president (Wilson) daarvan op de hoogte te stellen, legde de basis voor een illegale machtsuitoefening parallel aan de officiële door de gekozen en wettelijk bevoegde instanties.

Regeren na een atoomoorlog

Na de Chinese revolutie en het uitbreken van de Koreaanse oorlog ontstond er een ware anti-communistische hysterie in de VS, en toen de Chinezen de Koreaanse communisten te hulp kwamen dreigde Truman Peking met een atoomaanval. De Sovjet-Unie had inmiddels ook kernwapens en daarom kondigde hij de noodtoestand af voor het geval het echt tot een atoomoorlog zou komen (p. 147—al werd zoals bekend, Generaal McArthur die de bom ook echt wilde inzetten, door Truman ontslagen).

Onder Eisenhower kregen Hoover en de communistenjagers in het Congres aanvankelijk de wind in de zeilen, maar belangrijker was dat Eisenhower in een reeks presidentiële directieven de basis legde voor ‘Continuity of Government’ (COG), de voortzetting van de regering tijdens en na een atoomoorlog. Ook tekende de president nieuwe bepalingen omtrent het instellen van de noodtoestand.  Inmiddels was het COG-apparaat langzaam gaan groeien, met grote budgetten voor eigen communicatiesystemen, specialistische en uiterst geheime oefeningen, enz. Maar toen in 1970 het Huston Plan werd opgesteld door de tweede man in de FBI schrok Hoover terug voor de verregaande bepalingen omtrent massa-detentie zonder vorm van proces, onbeperkt afluisteren en inbreken, en wist hij de aantredende regering-Nixon via minister van justitie Mitchell ervan te overtuigen dat dit ongrondwettelijk was (pp. 136, 158).

Intussen werd de lijst van verdachten die Hoover had bijgehouden, steeds langer, en ondanks herhaalde instructies om de lijst te vernietigen bleef hij onder achtereenvolgende presidenten bestaan. Toen Donald Rumsfeld en Dick Cheney als respectievelijk minister van defensie en stafchef van het Witte Huis onder Nixons opvolger Ford in 1975 de tegenaanval inzetten tegen de onthullingen van de Church-Commissie, had de COG-infrastructuur al grote afmetingen aangenomen. Maar ook waren door het openbaar worden van afluisterpraktijken en machtsmisbruik stringente beperkingen opgelegd aan de bevoegdheden van de president. Een groep Saoedi’s, het hoofd van de Franse contraspionagedienst De Marenches, en anderen vormden daarop met een groep ontslagen CIA-functionarissen de Safari Club. Dit informele netwerk zou volgens het toenmalig hoofd van de Saoedische geheime dienst, Prins Turki, de strijd tegen het communisme voortzetten zolang de Amerikaanse diensten verlamd waren door toezicht van het Congres (p. 25). Ook de ambassadeur in Teheran, Richard Helms en George Bush Sr., beide voormalig CIA-directeuren, maakten deel uit van hetzelfde netwerk, zij het misschien niet van ‘de club’.

Continuity of Government sinds 9/11

Tegen het einde van de regeringsperiode van Jimmy Carter slaagden Rumsfeld, Cheney en Bush er met steun van de Safari-club in om de ontspanningspolitiek te beëindigen en de verloren gegane prerogatieven van de president te herstellen. Onder Ronald Reagan werd Bush vice-president, terwijl Rumsfeld en Cheney, hoewel ze geen van tweeën een officiële positie bekleedden, vanaf 1982 de leiding kregen van een snel groeiend COG-apparaat. Reagan was hier zelf voorstander van omdat hij als goeverneur van Californië een rapport van het US Army War College onder ogen had gehad waarin werd gepleit voor het in geval van crisis detineren van miljoenen zwarte Amerikanen. Eenmaal president liet Reagan deze ideeën verder ontwikkelen door Kolonel Oliver North, die vanuit de kelder van het Witte Huis de COG-plannen uitwerkte terwijl hij samen met het netwerk van de Safari-club de illegale wapentransacties uitvoerde die later als het Iran-Contra-schandaal bekend zouden worden.

Scott beschrijft de verdere uitbouw van het COG-project in detail, zoals altijd op en top gedocumenteerd, om zijn stelling te ondersteunen dat met 9/11 de plannen uiteindelijk werkelijkheid zijn geworden. De Patriot Act, die de noodtoestand uitwerkt, werd zonder veel omhaal door het Congres aangenomen; de twee Democratische senatoren die aarzelden, werden over de streep getrokken nadat ze brieven met anthrax erin hadden ontvangen. Glenn Greenwald, de journalist die de Snowden-onthullingen heeft begeleid, heeft later vastgesteld dat die brieven afkomstig waren uit een regeringslaboratorium waar ook de geruchten vandaan kwamen dat Irak deze brieven zou hebben verstuurd (p. 36).

Wie de vraag wil beantwoorden of er vandaag de dag, achter de façade van de Oorlog tegen de Terreur (inmiddels aangevuld met nog veel gevaarlijker avonturen aan de Russische grenzen), een totalitaire schaduwstaat opereert waar in de VS zelf geen tegenwicht meer tegen bestaat, kan niet om dit boek heen.

Peter Dale Scott, The American Deep State. Wall Street, Big Oil, and the Attack on U.S. Democracy. Lanham, Maryland: Rowman & Littlefield, 2015.