Wij zijn de volgende verzetsgeneratie

Slotwoord van Ewout van der Hoog voor Comité van Waakzaamheid, 14 februari 2015
 ComiteWaak(28of 1)
“Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
zoals brede rivieren met een kleine bron
zoals liefde met een blik, een aanraking, iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen”

Dit is, verkort, het gedicht van Remco Campert, de zoon van verzetsman Jan Campert. Een antifascist, die zichzelf een vraag stelde, die zijn vraag ook aan anderen stelde, waarna zij gezamenlijk een daad stelden. Zij bleven nee zeggen. Tot het uiterste.

Wij zijn kinderen en kleinkinderen van die verzetsgeneratie. Letterlijk of overdrachtelijk. Het was die generatie, uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw, die zag hoe het fascisme in Europa opkwam, die zich organiseerde en die zich ertegen keerde.

Over elf dagen herdenken wij de Februaristaking uit 41, die unieke, massale, politieke staking van de arbeidersklasse tegen het racisme van de nazi’s. De algemene werkstaking is het beste wapen waarover de arbeidersklasse beschikt. Van de vreedzame middelen.

Maar de nazi’s hebben leiders van deze Februaristaking en vele miljoenen anderen vermoord. Mede dáárom mag het fascisme nooit meer aan de macht komen. Eenmaal aan de macht is dit dodelijke systeem helaas alleen nog gewapenderhand te vernietigen. Mede dáárom moet het fascisme door de democratie in de kiem worden gesmoord.

Wat is dat fascisme dan precies? Die vraag stellen wij onszelf en vervolgens aan anderen. Ons Comité zal onderzoek moeten doen op dit levens-belangrijke thema Dat betekent: de goede vragen stellen. Met dank aan één van ons:

Waar bestaat dat nieuwe fascisme uit? En vooral: hoe kan het ontstaan? Wat zijn de lessen van een nog tamelijk recent verleden? En wie heeft het huis in brand gestoken? Hoe kan het dat opnieuw mensen de taal spreken van wij en zij, van insluiting en uitsluiting? Wat is daarvan de voedingsbodem? En hoe kunnen we ons teweer stellen tegen dit opkomende, nog nauwelijks herkend fascisme?

Fascisme is het gelijkschakelen en uitschakelen, is het ontkennen van tegenstellingen tussen heer en slaaf, uitbuiter en uitgebuitene, “want wij hebben hetzelfde doel”. En wie zich fysiek durft te verzetten, wie zelfs maar iets durft te beweren, die wordt fysiek uitgeschakeld. Dat overkwam in de jaren dertig eerst de communisten en socialisten, en uiteindelijk ook de Bekennende Kirche.

Het fascisme heeft een gezicht. Fasces, dat is een bundel roeden, met een riem eromheen om iemand te arresteren en een bijl om te straffen. Een symbool uit het oude Rome voor het geweldsmonopolie van de staat. Maar bij neofascisten is het ook geweld van de straat: Het begint met keppeltjes en hoofddoeken afrukken, fruitstalletjes omverwerpen, asielzoekerscentra in brand steken. Het eindigt met bombardementen. Over en weer. Hier geldt: intolerant tegen intolerantie. En: Oorlog aan de Oorlog.

Als het nu, vandaag, gaat om de bestrijding van rechts, en vooral van extreem-rechts, heeft ons Comité van Waakzaamheid – en Comité betekent vandaag: samenkomen – een ideologisch raamwerk nodig.

Waarom waakzaamheid ? Opletten? Klaar om te handelen? Klaar om wakker te schudden? En om de strijd aan te wakkeren?

Alweer, met dank aan één van ons: Omdat de economische crisis uitgelopen is op een politieke crisis en een morele crisis. Economisch: de hypothekencrisis werd een bankencrisis en die werd een marktencrisis. Politiek: tussen de elites van de Europese staten en tussen de elites van de grootmachten groeit de onenigheid. Moreel: de armsten lijden onder dit systeem het meest. Er is racisme, islamofobie, discriminatie. Links is in verwarring, rechts wordt steeds agressiever.

Maar in die crisis is er een progressieve beweging. Die beweging zal ons Comité nodig hebben. Wij hebben die beweging nodig. Wij werken wat meer met het hoofd en anderen werken meer met de handen. Maar wereldwijd zijn er bewegingen tegen het “georganiseerde egoïsme”, tegen uitbuiting en uitsluiting. En wij zijn deel van die bewegingen: voor de “georganiseerde solidariteit”, voor eerlijkheid en insluiting. Wij zijn trots dat wij daar deel van zijn. Omdat we mee denken, omdat we mee doen.

Wat heeft het oude Comité ons te leren? Drie thema’s.

Over het nationalisme: Wij zien nationalistische partijen op rechts, zoals Front National en PVV, nu toch internationale samenwerking zoeken.

Het oude Comité stelt: “Immers, zo er ooit al twijfel aan bestaan heeft of het fascisme en nationaalsocialisme oorspronkelijk gedacht mogen zijn als alleen voor binnenlands gebruik bestemd, in Italië en Duitsland, tegenwoordig is het zeker: niet alleen dat beide bewegingen streven naar uitbreiding over Europa, maar tevens dat zij daarbij in de praktijk, min of meer evident, tot samenwerking gekomen zijn.”

Over de cultuur: Wij zien verharding in de wetenschap, de media en op internet. Maar ook fysieke verharding, de haat tegen “de anderen”. Het begint met keppeltjes en hoofddoeken afrukken, het eindigt met bombardementen.

Het oude Comité stelt: “Meer en meer blijkt dat dit een strijd is, niet slechts, zoals wij het toen formuleerden ‘voor de vrijheid van onderzoek en meningsuiting en daarmee voor de ontwikkeling van maatschappij, cultuur en wetenschap’, maar ook voor onze menselijkheid en al haar waarden, ja, mogelijk zelfs voor ons bestaan en ons leven.”

Over de beweging: Wij zien de noodzaak van de bundeling van krachten.

Het oude Comité stelt: “Wij zullen dit moeten doen, wil de geschiedenis niet van ons zeggen, dat wij een getij niet gekeerd hebben, dat we hadden kunnen keren, indien wij allen, toen de nood op zijn hoogst was, naar de dijken waren gesneld, om het elke dag groter wordende gat te dichten.”

Ten slotte: wat te doen? Er is werk aan de winkel. Veel werk. Het zal een zaak van lange adem zijn. Analyse, begripsverheldering en educatief werk. Krachten bundelen, achterban kweken en actie. Maar het blijft mensenwerk.

Gelukkig hebben we rolmodellen in het oude Comité. Zij zijn onze leermeesters, onze geestelijk leiders en onze woord-voerders.

De hoogleraren. Onze illustere docenten zijn Jan Tinbergen, dienstweigeraar, econoom en Nobelprijswinnaar – en Gerrit Mannoury, revolutionair wiskundige, actief tegen de doodstraf.

De theologen. Onze geestelijke vader is Jan Buskes, de rode dominee, die generaal Spoor (van de Nederlandse koloniale oorlog in Indië) vergeleek met Hitler.

De schrijvers. Onze prozaïsche voorbeelden zijn Jet Roland Holst, redacteur van het verzetsblad De Vonk / De Vlam – en Simon Vestdijk, gecensureerd door de nazi’s, beland in St Michielsgestel.

De politici. Onze partijdige voorlopers zijn Wim Schermerhorn, de eerste minister-president van na de oorlog – en Willem van Ravesteyn, revolutionair en leermeester van Jan Romein.

De geschiedkundigen. Onze historische gidsen zijn Jan en Annie Romein, die postuum een Yad Vashem onderscheiding ontvingen.

En de vakbondsmensen dan, de artsen, de studenten en anderen? Ja, die zitten óók in ons nieuwe Comité.

Wij zijn de volgende verzetsgeneratie. Voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Aan het werk!