De weg naar de autoritaire maatschappij

Lezing Kees van der Pijl – 14 februari 2015

Ik had me voorgenomen geen boektitels te noemen maar aansluitend op Anja en op wat al gezegd is over de slavernij, kan ik toch niet nalaten te noemen: Domenico Losurdo, ‘Tegengeschiedenis van het liberalisme’. Slavernij is niet iets uit het verleden, maar altijd de bewuste keerzijde van het liberalisme is geweest. Alle liberale denkers, vanaf John Locke in de 17de eeuw, zagen het liberalisme als programma van de zichzelf besturende bezittende klasse. Wie daar niet bij hoorde, dus slaven, contract-werkers, loonarbeiders, mensen in de koloniën, golden geen ‘mensenrechten’. Ook het huidige, neoliberalisme is op die leest geschoeid, vandaar ook dat de slavernij en de andere vormen van onvrijheid (extreme loonafhankelijkheid, dwangarbeid) nog steeds toenemen.

Le Pen, Wilders zijn slechts bijverschijnselen

De aanval op de democratie is dan ook niet langer een zaak van een aantal landen (Duitsland, Italië, en Japan in de jaren dertig) die met geweld een ontwikkelingsachterstand willen inhalen. De fascistische partijen die in de genoemde landen een massa-aanhang hadden gemobiliseerd op het thema dat het volk één moest zijn in de confrontatie met de boze buitenwereld, en dus vreemde, ‘on-nationale’ elementen moet uitstoten, werden toegelaten tot de staatsmacht toen de economische en politieke crisis normaal regeren onmogelijk maakte.

In de huidige situatie geldt dit voor het hele liberale Westen, dat zich in een diepe crisis bevindt. Het is het systeem zelf dat naar een autoritaire, gewelddadige uitweg zoekt.

Vandaar dat bij alle overeenkomsten, zoals het racisme als mobilisatiefactor, de  demagogie tegen links en de populistische stormloop tegen ‘de elite’, Le Pen, Wilders en hun vrienden bijverschijnselen zijn. Niet minder gevaarlijk, en evengoed symptoom van machteloosheid en frustratie in een maatschappij die vastloopt. Maar de afbraakpolitiek en de oorlogen in het Midden-Oosten en Afrika, of de confrontatiepolitiek met Rusland, zijn niet door deze extreem-rechtse trommelaars bedacht maar komen uit het systeem zelf voort. Het zijn de VS en Engeland, de NAVO en de EU die deze politiek aanjagen, die een kapitalisme in crisis, een maatschappijvorm van de uiterste verkoopdatum al lang verstreken is, willen redden—of dan maar allemaal ten onder gaan.

Democratie gevaar voor liberalisme

Dat leidt tot een veel meer omvattend ‘totalitarisme’ dan ooit in Nazi-Duitsland, of in Stalins Sovjet-Unie heeft bestaan—de term werd tenslotte bedacht in de Koude Oorlog om ze op één noemer te kunnen brengen. Het huidige neoliberalisme is pas werkelijk ‘totalitair’, er is namelijk niets buiten dat er wezenlijk van verschilt—ook de heersende klassen in Rusland en China, Iran en India willen niets liever dan erbij horen. Het is het liberalisme zelf dat zich de luxe van de democratie niet langer kan veroorloven.

Dit werd het eerst zichtbaar in ‘mei 1968’: de arbeiders- en jongerenopstand, de anti-Vietnam- en zwarte burgerrechtenbeweging. Als je het in één begrip wilt vangen, was toen de leus dat om een volledige democratie te realiseren, het kapitalisme aan banden moet worden gelegd.

De reactie daarop liet niet lang op zich wachten, en kan eveneens in één zin worden samengevat: als je een volledig kapitalisme wilt realiseren, moet de democratie aan banden worden gelegd.

Einde van de sociale zekerheid

Al direct in 1969 kwam de liberale ideoloog Daniel Bell met het idee dat om aan de studenten- en andere demonstraties een eind te maken, er eerst korte metten moest worden gemaakt met het systeem van herverdeling van inkomen. Daardoor konden studenten met een studiebeurs zich de luxe permitteren om achter spandoeken tegen bombardementen op Vietnam of voor rassengelijkheid door de straten te trekken; als ze zelf voor hun studie moeten betalen, als investeerders in hun eigen toekomst,  zouden ze dat wel uit hun hoofd laten. Kortom, weg met de sociale zekerheid, en je bent van dat probleem af.

Kort daarop kwamen mediamagnaat Rupert Murdoch en een aantal medestanders met de gedachte dat het kapitalisme actief moest worden gepropageerd als de enige mogelijke vorm van economie, dus beursberichten in het nieuws, en economie als quasi-natuurwetenschap, waarover alleen experts zich mogen uitspreken. Vandaar dat de Zweedse Centrale Bank, een neoliberaal bolwerk, aan het Noorse Nobelprijscomité toestemming vroeg om een prijs te mogen instellen voor economie, en daarmee de gedachte te laten postvatten dat het net zo iets was als natuurkunde of biologie, waar bij verkiezingen ook niet over wordt gestemd.

Dat zijn maar enkele voorbeelden van de neoliberale tegenstroom tegen de beweging van 1968. Onder Reagan en Thatcher in de jaren 80 werden al deze ideeën in de praktijk gebracht. De arbeidersbeweging werd verslagen, de economie geprivatiseerd en aan de markt overgegeven, de markt gedereguleerd. Tegelijk kondigden zij een kruistocht af tegen de Sovjet-Unie, het ‘Rijk van het Kwaad’, die eindigde met de capitulatie in 1991. Dat ‘Rijk van het Kwaad’ is als je terugkijkt het begin van een politiek theater dat vandaag de dag is geworden tot de ‘Oorlog tegen de Terreur’, waarmee de samenleving in de ban van de angst kan worden gehouden.

Niemand protesteert als we allemaal afgeluisterd blijken te worden. Integendeel, de maatschappij reageert met een psychose op de geringste schietpartij, alsof de hele beschaving ten onder gaat.

We moeten waakzaam zijn, er moet een halt toe worden geroepen aan deze ontwikkeling. De Grieken gaan ons voor met hun verzet.